9. Romantiek
1800 - 1850

Neuschwanstein

9.1 Tijdsbeeld

9.1.1 De situatie in Europa

Het tijdperk dat men de Romantiek noemt ligt zo ongeveer tussen 1800 en 1850. In het vorige hoofdstuk kwam dat tijdperk ook voor een deel aan de orde als de revolutietijd en het bijbehorende neo-classicisme. Romantiek is geen aanduiding voor een kunststijl maar voor een culturele stroming. Kunstwerken van verschillende romantische kunstenaars hebben niet dezelfde stijlkenmerken maar zijn wel gemaakt vanuit eenzelfde soort levenshouding.  De kunstenaars die we de romantici noemen, leefden ongeveer tegelijkertijd met de neo-classicisten; maar de beweegredenen van romantische kunstenaars komen voort uit een ander levensgevoel en uit andere bronnen dan die van neo-classicisten. De Romantiek kan zelfs beschouwd worden als een reactie op het neo-classicisme. Het neo-classicisme was voortgekomen uit de verlichting, een beweging die het verstand, de rede verheerlijkte. De Romantiek gaf juist ruimte aan het gevoel en de intuïtie.
Napoleon had in Frankrijk tijdens zijn bewind een persoonlijk stempel op de cultuur en kunst gedrukt waardoor er geen plaats was voor romantische geesten. In Engeland en Duitsland bloeide de romantische kunst al volop terwijl Frankrijk tot na de val van Napoleon moest wachten tot hij, en met hem zijn neo-classicistische 'staatskunst' verdween.

Washington Delaware
De schilderkunst in de Verenigde Staten volgt de stijlontwikkelingen van Europa. Veel kunstenaars emigreren naar de V.S. en zetten daar hun werk voort. Leutze maakte dit schilderij: 'George Washington steekt de Delaware over' in 1850. Historische gebeurtenissen waren een geliefd onderwerp voor de romantische schilders.
---
Arend
'De Arend' heette de locomotief die de eerste nederlandse trein trok, in 1839, tussen Haarlem en Amsterdam.
---

De romantiek als drijfkracht werd onder meer gevoed door Jean Jacques Rousseau waaraan men een vrijheidsideaal ontleende. In diverse landen waren vrijheidsbewegingen actief: behalve de Franse revolutie waren er de Amerikaanse revolutie, de Ierse vrijheidsoorlog, de Poolse opstand en verloor Spanje haar koloniën. Er traden ook verschuivingen op in de machtsverhoudingen in de maatschappij. Het Weense Keizerrijk probeerde zich te handhaven ten koste van economische ontplooiing. Toch nam overal de burgerij het voortouw. Ze verwierf zich veel welvaart en luxe, was zeer kredietwaardig, zelfvoldaan en stak in elk opzicht de adel naar de kroon. De gegoede burgerij had van alles te veel: geld, meubels, kleren en dienstmeiden.
De bevolking in Europa groeide van  167 naar 226 miljoen. Nog eens 30 miljoen mensen emigreerden naar de Verenigde Staten.

9.1.2 De arbeidersbeweging

Ondanks de vaak slechte behandeling, betaling en verzorging in de bedrijven begrepen de arbeiders dat zij door hun deskundigheid, zeker in georganiseerd verband, een machtige partij waren. Het fabrieksproletariaat begon zich dus te organiseren in vakbonden en organisaties die het volk trachtten te scholen en te ontwikkelen. De stad Manchester had een Hall of science die door de arbeidersbeweging werd beheerd. In 1851 maakte het gemeentebestuur er de eerste openbare bibliotheek van.
In 1848 publiceerde Friedrich Engels zijn boek De toestand van de arbeidersklasse in Engeland. Mede door de theorieën van Karl Marx zou het socialistisch marxisme ontstaan. De bourgeoisie omarmde het liberalisme maar kreeg ook met nieuw markten en concurrenten te maken. In de joodse bevolkingsgroepen ontwikkelden zich in het liberale klimaat ook succesvolle ondernemers die door hun succes jaloezie opriepen in traditioneel in de zakenwereld opererende kringen. Het antisemitisme - Jodenhaat - had toen al in de vorm van afgunst een voedingsbodem.

9.1.3 De steden

Voor de industrie waren grote, kostbare stoommachines nodig die pas rendabel waren als er veel apparaten door konden woorden aangedreven. Fabrieken waren daarom groot en hadden veel werknemers nodig. 
De grondstoffen voor de fabrieken moesten worden aangevoerd en de producten afgevoerd. Stoommachines gebruikten bovendien veel steenkool. De eerste industriesteden ontstonden daarom in de buurt van havens en in de buurt van kolenmijnen. Van het platteland trokken de mensen naar die steden om er werk te zoeken. Door de snelle groei van de steden (Manchester had in het jaar 1774 41.000 inwoners en in 1831 270.901) ontstonden krottenwijken die overbevolkt en onhygiënisch waren. 
De stedelijke overheden probeerden de explosie van bedrijvigheid en bevolkingsomvang te beheersen door planologisch te werk te gaan. In Parijs werden, onder de leiding van Hausmann, brede avenues aangelegd over omvangrijke stadsdoorbraken. In Barcelona brak in 1834 nog een cholera-epidemie uit omdat door het militaire stadsbestuur de stadsuitbreiding werd tegengehouden. De stad was volstrekt overbevolkt.

9.1.4 Energie

Een van de aspecten van de romantische levenshouding was de drang naar persoonlijke vrijheid. Die mondde uit in eigen initiatief en in handel, nijverheid etc. De andere kant van de medaille was de enorme groei van de energiebehoefte. Men stookte in de negentiende eeuw hout als energiebron.  De stoommachine die door James Watt was ontwikkeld en de daaruit voortgekomen stoomtrein van Stephenson hadden aan hout niet genoeg. Het hout raakte gewoon op. De nieuwe energiebron werd steenkool. Steenkool zou de sleutel tot de vooruitgang worden. Ook fabrieken konden op steenkool en stoommachines draaien. Prompt ontwikkelde de mijnbouw zich tot een bedrijfstak. De mijnbouw had weer een transportprobleem dat door de spoorwegen kon worden opgelost. Het aanleggen van spoorwegen vereiste de beschikbaarheid van ijzer. De industrie ging dus in verbeterde procedés ijzer en staal aanmaken. Zo greep een aantal factoren gelijktijdig in elkaar en maakte de industrie een snelle groei en technische ontwikkeling door.

9.1.5 De wisselwerking tussen wetenschap en industrie

Dynamo
Zénobe de Gramme vond in 1869 de dynamo uit waardoor uit kolen en waterkracht elektrische energie gewonnen kon worden die nodig was voor de industriële productie. De stoommachine bleef nog geruime tijd ook in gebruik.
---
Chess table
`Stufenalter der Frau'.
Een voorbeeld van een levenstrap die veel uitgebeeld werd in de 19de eeuw. Elke trede stelde 10 jaar voor. Tegenwoordig kent men nog drie fasen: kind, volwassen, bejaard.
Afbeelding: Wikimedia Commons.

---
Thonetstoel
F. Thonet, eetkamerstoel ca. 1856.
Gemaakt van gebogen beukenhout en gespleten rotan. Het hout werd in natte toestand verhit en kon dan gebogen worden. Dit model stoel dat door de materiaaltoepassing geheel afweek van de gebruikelijke vormgeving is nog altijd als café-stoel in gebruik.
Afbeelding: Wikimedia Commons, Kozma János.

---

In alle takken van wetenschap werden vorderingen gemaakt die meteen in bedrijven benut werden.

Een opsomming van uitvindingen die, toen, als schokkend moeten zijn ervaren:

© Auteursrechten (tenzij anders vermeld): belpaese.nl / N.Jongeneel, J.Brouwer. Lees de gebruiksvoorwaarden.


9.2 dagelijks leven

9.2.1 Het dagelijks leven van de middenklasse in het midden van de negentiende eeuw

In principe was men op comfort gesteld. Men had veel meubels van dure houtsoorten; mahonie- en notenhout. Midden in de kamer een ovale tafel op een middenpoot. Men zat in fauteuils zgn. bergères of op een soort poef, crapauds genaamd. Als kast waren er de secretaire en de etagère als uitstalkast. De toegepaste kleuren waren meest donkerrood en groen. Op de muren kwam behang of linnenbespanning. De industrie verschafte tapijten die op de vloeren kwamen. Verder werd het interieur gevuld met overdadige pronkzucht. Kamerpalmen, spiegels, kussens, stolpen en veel dubbele gordijnen.
Een nieuw soort meubel kwam in zwang in de Thonet-stoel. Thonet, de ontwerper, kon middels een thermisch proces hout buigen en daarmee een specifiek soort meubel maken. De bekende café-stoel met zitting van matting is er nog een overblijfsel van. Deze Thonet was daardoor een van de eerste industriële ontwerpers. Een discipline die ontwerpen toeleverde aan industrie voor allerlei nieuwe producten.

De taken van man en vrouw.

Trouwen hield voor meisjes in: uitgehuwelijkt worden. Dat was al eeuwen zo. De taak van de man was snel rijk te worden, wat van de wereld te zien, zich oogluikend enig frivool gedrag te permitteren en verder een goede partij te trouwen. Daarbuiten had hij een maîtresse. De vrouw werkte niet, bleef thuis, bestuurde de huishouding en kreeg veel kinderen. Romantische liefdevolle relaties waren wel het ideaal van de burgers maar werden zelden bereikt. De burgerlijke moraal was een dubbele moraal.
Vakanties werden opgenomen voor eigen rekening. Bijvoorbeeld om naar de kermis te gaan. Wie het zich kon veroorloven - en dat was slechts voor de elite - liet zich rondreizen door het eerste reisbureau van Thomas Cooke die treinreizen organiseerde. Voor een jongeman zich nuttig ging maken in een ambt of bedrijf maakte hij eerst een grand tour door Europa of daarbuiten om iets van de wereld te zien.

Voeding

Winkel van Sinkel
De Winkel van Sinkel in Utrecht
---

In de keuken stond een ijzeren fornuis met tegelbekleding dat als warmtebron dienst deed. In het voedselpakket schoof het accent van koolhydraten naar proteïnen. Men at dus minder aardappelen en meer vis en vlees. De misoogst van aardappelen in 1848 bevorderde die verandering eens te meer. Verder at men het gebruikelijke brood met koude thee. Koffie was voor de rijken, en surrogaatkoffie, cichorei, voor de armen. Al met al ging de levensstandaard omhoog. In de 18de eeuw besteedde men 95% van het inkomen aan voeding, in 1850 nog 45 %. De grote importen van graan en vlees uit de Verenigde Staten waren de oorzaak van prijsdalingen waardoor ook de arbeidersklasse zich meer kon aanschaffen.
Men dronk genever, whisky en wodka in de landen waar geen wijn gemaakt werd. Dranken dus die uit granen gestookt werden. Een nieuwe drank kwam op de markt de absint, die als aperitief dienst ging doen.
Inkopen deed men bij in een nieuw soort winkel; de warenhuizen zoals: Au bon Marché, La Samaritaine, Selfridges, Printemps, en in Nederland, de Winkel van Sinkel op de Nieuwendijk in Amsterdam. Die winkel had een filiaal op de Oude Gracht te Utrecht. Het pand is beroemd geworden door de gietijzeren kariatiden in het voorportaal. Men zei toen:

"In de winkel van Sinkel is alles te koop.
Daar kan men krijgen, mandjes met vijgen,
Doosjes pommade, flesjes orgeade,
Hoeden en petten, en dameskorsetten.
Drop om te snoepen, en pillen om te poepen."

Kleding

James Tissot
Kleding van deftige dames in de 19e eeuw.
James Tissot: de omgang van de H.M.S. 'Calcutta' (Portsmouth), 1877.
Afbeelding: Wikimedia commons.

---

De bewegingsvrijheid die de vrouw had in de empire-mode ging weer over. Het hoge boord en het korset kwamen weer terug. Daardoor werd de taille weer smal boven een breed silhouet door uitstaande rokken. Om de taille zo smal mogelijk te laten lijken droegen de vrouwen een korset, dat zo strak werd aangesnoerd dat de ribbenkast erdoor werd vervormd. De normale taille van 67 cm. werd liefst op 55 cm gebracht. Dikwijls vielen vrouwen flauw doordat ze door het korset moeilijk konden ademhalen. Men droeg crinolines als onderrok ( crin is van paardenhaar= stevige stof). De breedste hoepelrok ooit gemeten was 2 m. breed. Door de wijde rokken werd ondergoed noodzakelijk tegen inkijk. De wespentaille werd nog benadrukt door ballonmouwen om de armen en de tournure en queue de Paris om het onderlichaam. Het silhouet kreeg daardoor ook nog een accent op het achterwerk. In zulke kleding kon men niet werken, daar was ze ook niet voor bestemd. Het arbeidersproletariaat droeg kleren van katoenen stof en moest daar lang mee doen. De dure kleding werd van brokaat fluweel en zijde gemaakt.
Mannen droegen pantalons in sombere kleuren, een kleurig vest en een geknoopte halsdoek of stropdas om een stijf boord.
Men droeg een hoge hoed, en later een bolhoed. Van sterk geurende Indiase rubberdoek werden regenjassen gemaakt de zgn. Macintosch.
De haardracht bij vrouwen kende als trend de pijpenkrullen en bij mannen de snor en bakkebaarden.

9.2.2 De gezondheidszorg

In de negentiende eeuw werken twee krachten op elkaar in. Enerzijds was er de volksgeneeskunst met als belangrijkste bedrijvers de chirurgijn en de vroedvrouw. Kennis van medicijnen bestond uit traditionele middelen als purgeren, aderlaten en kruidenextracten. De afstand tot de officiële geneeskunst werd alsmaar groter door blijvend wantrouwen van het proletariaat in de stad ten aanzien van de geneesheren. Inmiddels werden door wetenschappers verschillende ziekteverwekkers en besmettingswijzen gedetermineerd en verdiepten de inzichten in behandelingsmethoden zich. Tyfus en dysenterie werden bestrijdbaar. De openbare gezondheidszorg richtte zich op de bestrijding van lepra en TBC.
De geestelijke gezondheidszorg kende geen behandeling maar insluiting in een gekkenhuis of 'gesticht'. Zo'n gesticht was onderdeel van de armenzorg. Ernstig gestoorden kwamen in een dolkorf (voorloper van de dwangbuis) terecht of aan de ketting. Geestesziekten werden onderwerp van onderzoek in de negentiende eeuw. De medische bemoeizucht strekte zich er over uit. Er was ook een economisch motief: geestelijk gestoorde dus nutteloze mensen werden in een gesticht onder controle gehouden en konden daar nog iets nuttigs doen. Voorts was er de behoefte van de hogere klasse om iets te beheren en te besturen te hebben een gesticht of weeshuis bijvoorbeeld. Dat was men aan de stand verplicht. Tenslotte waren er ook mensen die uit ethische en/of religieuze motieven hun ellendige medemensen te hulp kwamen. Bijvoorbeeld de Quakers in de V.S.

© Auteursrechten (tenzij anders vermeld): belpaese.nl / N.Jongeneel, J.Brouwer. Lees de gebruiksvoorwaarden.


9.3 Uit de kunst

9.3.1 Het begrip Romantiek

Waar komt de term romantiek eigenlijk vandaan en welke betekenissen heeft ze? Roman wil zeggen 'niet in het Latijn'. Dus een geschrift in de landstaal. Later kwam daarbij de betekenis romantisch dat betekende 'zoals in romans', in de zin van sprookjesachtig of niet echt. Geleidelijk betekende romantisch: ongerept, vreemd, buitenlands. In de 18de eeuw werd romantisch als emotioneel, gevoelig beschouwd. In de kunstgeschiedenis moeten we twee soorten romantiek onderscheiden.

Delacroix: Vrijheid Leidt het Volk
Eugène Delacroix
De vrijheid voert het volk aan, 1830.
De vrijheid is hier voorgesteld als een vrouw die de opstandelingen over de lijken van soldaten naar de overwinning voert. De zogenaamde juli-revolutie ontstond nadat koning Karel X - die streefde naar absoluut koningschap - het kiesrecht had beperkt en de censuur had verscherpt.
Afbeelding: Wikimedia commons.

---
Carl Spitzweg
Carl Spitzweg 1808-1885, 'de arme dichter' (1839).
Naast de heroïsche romantiek, die de geschiedenis of de natuur tot onderwerp koos, was er ook de burgerromantiek die een geromantiseerde visie op het bestaan gaf.
Afbeelding: Wikimedia commons.

---
Dante Gabriel Rossetti
Dante Gabriel Rossetti, Annunciatie.
Rosetti behoorde tot de groep van prerafaëlieten, die op zoek was naar de pure geest der middeleeuwen.
Afbeelding: Wikimedia commons.

---

De term romantiek moet onderscheiden worden van romantisch. In alle tijden zijn mensen romantisch van aard geweest. In de kunst van Watteau, Claude Lorrain en anderen zijn duidelijk romantische kenmerken te zien. We hebben het hier echter over de romantiek als cultuurstroming.

9.3.2 Karakteristiek van de stroming

Romantici zochten de vrijheid. Academische regels golden voor hen niet. Inspiratie werd geput uit het gevoelsleven, bij sommigen uit de religie en uit een bijzondere houding t.o.v. de natuur. Men verachtte de rede en poetste de verbeelding op. Veelal proeft men in het werk een nostalgisch verlangen naar het onbereikbare.
Door hun aard hoefden ze niet op opdrachten te rekenen. Ze maakten 'kunst om de kunst' (l' art pour l'art). Die vrije opstelling  had wel een prijs: armoede. Wie niet door begunstigers of familie werd ondersteund leidde een bohémien bestaan. Oorspronkelijk betekende die term 'zwervende zigeuner' (omdat men dacht dat zigeuners uit Bohemen kwamen). Een 'vie bohemien' betekende: een armzalig bestaan leiden aan de rand van de maatschappij. Er ontstond geleidelijk een scheiding tussen de kunstenaars en het publiek omdat kunstenaars niet langer marktgericht werkten. Die kloof tussen kunst en publiek is blijven bestaan.
Er waren groepen kunstenaars die zich bewust uitzonderlijk opstelden dat waren:
In Duitsland: de Nazareners. Eigenlijk heette de groep Broederschap van St. Lucas, Nazareners was een spotnaam. Ze wilden de kunst weer een Christelijke mystieke inslag geven. Daartoe richtten ze zich weer op de generatie kunstenaars van Dürer. In 1810 vertrok de groep naar Rome en vestigde zich daar.
In Engeland was de groep "Pre-Raphaeliten", officieel: the Pre-Raphaelite Brotherhood (1848). Ze vormden een groep schilders die de kunst van vóór Rafaël weer in ere wilde herstellen. Hun werk was literair, soms sentimenteel of melancholisch van aard en leek in elk geval niet op dat van Rafaël.

9.3.3 De romantische literatuur

De literatuur voldeed ook volledig aan de definitie van romantiek. Sprookjes werden een genre in de literatuur. Grimm verzamelde en bewerkte volksverhalen en gaf ze als bundel uit.
De Duitse romanticus Goethe, schrijver van Faust, formuleerde zijn streven als volgt: "Wir wollen leben und nicht lernen". Andere Duitse romantici waren: Schiller ( historische roman Wilhelm Tell), en Heinrich Heine, bekend o.a. van het gedicht die Lorelei.

Opstandig schreef de romanticus George Herwegh:

"Bis unsre Hand in Asche stiebt,
Soll sie vom Schwert nicht lassen:
Wir haben lang genug geliebt
Und wollen endlich hassen."

In Frankrijk had het classicisme een vorm van bloedarmoede veroorzaakte in de literatuur. De grootste naam in de romantiek was Victor Hugo die o.a. les Miserables schreef.
De Engelse romantiek werd aangevoerd door Lord Byron en vervolgens de dichters Shelley en Keats. Sir Walter Scott was eigenlijk de maatstaf voor de generatie. Hij beschreef het Schotse verleden in de avonturen van de romanfiguur Ivanhoe.
Edgar Allen Poe was voorloper van het genre wat vandaag de dag detective heet.

9.3.4 Muziek

Carl Maria von Weber
Portret van de componist Carl Maria von Weber.
Afbeelding: Wikimedia commons.

---
Opéra Garnier
Parijs, Opéra, interieur, Charles Garnier, 1862-1875.
Afbeelding: Wikimedia commons.

---
Opéra Garnier
Parijs, Opéra, Charles Garnier, 1862-1875.
---
Marseillaise
`De marseillaise' van Francois Rude (1833).
Dit reliëf bevindt zich aan de Arc de Triomphe op Place Etoile te Parijs.

---

In de wereld van de muziek traden aanzienlijke veranderingen op. Het orkest ontwikkelde van salonorkest tot een muzikaal productieapparaat. De orkesten werden groter en konden meer volume en klank grote zalen vullen. De orkestdirigent en de concertpianist zijn beroepen die in de romantiek ontstonden. In uitvoeringen werden solostukken voor instrumenten geschreven, die door virtuozen werden uitgevoerd. Ook in de muziek ontstond een niveauverschil tussen professionals en dilettanten. Voor dilettanten of amateurs werden romances en Album Blätter geschreven.

De opera kreeg nieuwe onderwerpen uit de nationale geschiedenis van landen. Voorbeeld is Rossini's Wilhelm Tell en Von Webers Freischütz. De opera van Auber De stomme van Portici werkte zo heftig op nationalistische sentimenten dat bij een opvoering in Brussel (1830) de revolutie uitbrak en de scheiding van België en Nederland begon.
Het componeren van muziek werd een anders ingekleurde bezigheid. De componist werkte als zelfstandige ondernemer. Tot ca. 1800 was een componist in dienst van een vorst. Elk stuk moest een bijzondere eigenwaarde hebben om concertzalen mee vol te krijgen. Evenals de schilders gingen de componisten zich als miskende kunstenaars gedragen, aanstellen eigenlijk. Beethoven was de eerste die behalve muzikale vormentaal ook persoonlijke omgangsvormen ging negeren. Met Beethoven begint de scheiding tussen classicisme en romantiek. Op het instrumentale vlak volgen de piano en de vleugel het clavecimbel op.
Er waren erg veel actieve en vernieuwende componisten in de negentiende eeuw. De bekendste waren: Schubert, Wagner, Berlioz, Chopin, Verdi, Smetana.

9.3.5 De bouwkunst in de negentiende eeuw

Eeuwenlang keek men in de bouwkunst terug op de klassieke oudheid. Voor het laatst tijdens het classicisme. De romantische bouwkunst zwerft uit over meer stijlen. Voorbije stijlkenmerken werden soms ook door elkaar gebruikt. Dat noemt men eclecticisme. Neo-gotiek, neo-renaissance, neo-barok, neo-byzantijns kwamen voor maar ook invloeden uit andere culturen. De grootste herleving was die van de gotiek. De Engelsman John Ruskin, een kunstcriticus, was groot voorstander van de gotische stijl. Veel openbare gebouwen in Engeland werden in neo-gotische stijl gebouwd. In Londen bouwden sir Charles Barry en Welby Pugin nieuwe parlementsgebouwen in neo-gotische stijl nadat de oude door brand waren verwoest (1836-52). In alle landen werden veel kerken in neo-gotische stijl gebouwd. In Frankrijk was Viollet Le Duc een pleitbezorger van de neo-gotiek. Hij restaureerde gotische kerken en plaatste dakruiters en nog ontbrekende torenspitsen.
In steden als Parijs Praag en Wenen werden concertgebouwen, theaters en bibliotheken gebouwd, meestal in neo-barokstijl. Werkelijke vernieuwing zou pas te zien zijn toen er nieuwe materialen worden toegepast zoals glas gietijzer en staal.

9.3.6 De beeldhouwkunst

De beeldhouwkunst van de negentiende was slechts dienstbaar aan de architectuur. Typerend voor de stijl van de romantiek was bijvoorbeeld de Marseillaise van de beeldhouwer Rude (1833). De eigenlijke titel is: Het vertrek van de vrijwilligers. Het reliëf is aangebracht op de Arc de Triomphe op Place Etoile te Parijs.

9.3.7 Theodore Gericault
het Vlot van de Medusa (1819)

Theodore Gericault, het vlot van de Medusa

Gericault was een romanticus bij uitstek. Samen met Eugène Delacroix bepaalde hij het gezicht van de romantische schilderkunst in Frankrijk. Gericault werd maar 33 jaar oud. In die tijd heeft hij maar drie schilderijen geëxposeerd. Maar zijn faam was voorgoed gevestigd met het vlot van de Medusa. Het onderwerp was actueel, de Medusa was een Frans fregat dat met honderden kolonisten en militairen aan boord op weg was naar de Afrikaanse westkust. Door fouten van de scheepsleiding en gebreken in het schip en de uitrusting verging het. Een aantal opvarenden wist een vlot samen te stellen en dreef daarop dagenlang rond. Door uitputting en honger gedreven stond men elkaar naar het leven en kwam kannibalisme voor. Een aantal mensen werd uiteindelijk gered en deed verslag van de ramp. Gericault verbeeldde de toestand op het vlot in een enorm schilderij (ca. 2x5 meter). Hij interviewde de overlevenden, bouwde het vlot na en bestudeerde de lichamen van lijken en zelfs afgehakte ledematen. Het schilderij werd in 1819 op de Salon vertoond nadat de titel was gewijzigd in het vlot omdat het schilderij als een maatschappijkritisch stuk werd begrepen (men gaf de regering de schuld voor het vergaan van het schip). Gericault trok drie jaar lang met het schilderij (in een tent) door Engeland waar het veel succes oogstte.

Neuschwanstein
Slot Neuschwanstein gebouwd van 1869 tot 1886 door Tannheim en Berger voor de koning van Beieren Ludwig II. Aan het eind van de negentiende eeuw een dergelijk `middeleeuws' slot bouwen was een zuivere vorm van romantiek in de bouwkunst.
---
Caspar David Friedrich
Het kruis en de kathedraal in de bergen (1811), geschilderd door Caspar David Friedrich.
Deze Friedrich had als belangrijkste thema de mens in de overweldigende natuur. De voorstelling in dit schilderij is duidelijk ook religieus bedoeld.

---

Op het schilderij is het moment afgebeeld waarop de nog levenden een schip ontdekken aan de horizon en trachten de aandacht te trekken. De natuurkrachten werken nog tegen de mens. De zee is woest, het waait stevig en op het vlot liggen doden en stervenden. De hele compositie is vanuit de doden onderaan naar boven gericht op de levenden en de redding. Het licht-donkerkontrast versterkt de zeggingskracht nog meer.

9.3.8 Neuschwanstein

Dit slot is een goed voorbeeld van romantische bouwkunst. Terwijl er helemaal geen functie meer was voor hoog gelegen middeleeuwse kastelen op bizarre rotspunten werden die toch gebouwd. Dit slot Neuschwanstein werd gebouwd door Edvard Riedel (1869) voor koning Ludwig II van Beieren. Deze koning was bevriend met de nogal excentrieke operacomponist Richard Wagner. Door diens invloed en Ludwigs levensvisie ontstond dit sprookjesslot. Het is een feeëriek gelegen gebouw als een sprookjesdecor, maar stijlkundig en bouwkundig volkomen zinloos. Allerlei torens met transen, een ophaalbrug, geheel middeleeuws van bouw dus. Neuschwanstein is een perfect voorbeeld van romantische bouwkunst. Een fantastische plek voor een dromer, een dichter, musicus of voor een wereldvreemde vorst.

9.3.9 Kaspar David Friedrich (1774-1840)
kruis in het woud

De bekendste vertegenwoordiger van de romantiek in Duitsland was deze Friedrich. Hij was de vertolker van het begrip eenzaamheid en meditatie. In zijn schilderijen staat de eenzame mens, als nietig schepsel in de overweldigende natuur. Die natuur is ook niet zomaar een weiland; maar hoge rotspunten, doorkijkjes in spelonken, weidse vergezichten over majestueuze berglandschappen of over zee. In Duitsland was nog geen nationale eenheid of nationale geschiedenis uit te beelden. Daar richt de schilderkunst zich op de natuur en de krachten daarin. In dit schilderij, kruis in het woud, is verstopte symboliek te vinden. Bij Friedrich is een pad een levenspad, de maan is Christus en pijnbomen verbeelden het geloof op aarde. De streng symmetrische compositie stelt de natuur voor als een natuurlijke kathedraal. Hier is de mens vervangen door een kruis als teken ter ere van de schepper, achtergelaten door de gelovige mens. In tegenstelling tot de Franse romantici zijn de schilderijen van de Duitsers niet grof en emotioneel maar fijn geschilderd, in beperkte kleuren. De geloofwaardigheid van de uitgebeelde situaties werd al meteen als indrukwekkend ervaren.

© Auteursrechten (tenzij anders vermeld): belpaese.nl / N.Jongeneel, J.Brouwer. Lees de gebruiksvoorwaarden.


9.4 Stijlkenmerken romantiek (samenvatting)

Algemene karakteristiek

De Romantiek is geen stijl maar een culturele stroming.

De Romantiek vindt zijn voedingsbodem in maatschappelijke veranderingen die beginnen in de tijd rond de Franse revolutie en het begin van de industriële revolutie, zoals:

Door deze veranderingen ontstaat er het verlangen de rauwe werkelijkheid te ontvluchten (escapisme) en in een droomwereld op zoek te gaan naar het pure, het zuivere, het hartstochtelijke, het echte, het eerlijke.

De meeste onderwerpen zijn heroïsch, nostalgisch, gevoelsmatig, religieus of hartstochtelijk van aard.


Echte kunstenaars werken niet meer in opdracht van de adel en geestelijkheid maar worden gezien als geniale, originele en unieke individuen. Tegenover het streng gereglementeerde en verstandelijk neoclassicisme stellen zij een spontane, creatieve en gevoelsmatige benadering.


Romantische schilderkunst

Inhoud

Caspar David Friedrich
Caspar David Friedrich, Kruis in het Gebergte, omstreeks 1812.
Karakteristiek voor Friedrich is de combinatie van natuur met christelijke symbolen.

---

De grote voorliefde voor het Gevoel leidt in de schilderkunst tot de volgende thema's:


Vorm

De Romantische schilderkunst heeft geen eigen stijlkenmerken: al naar gelang het gevoel van de kunstenaar baseert die zijn stijl en techniek op een bestaande, historische stijl: bijvoorbeeld barok, classicisme, renaissance, (late) middeleeuwen.


Functie

Sociale bewogenheid leidt in de Romantiek soms tot schilderijen met een maatschappijkritische strekking. Verder is de opvatting van veel romantische kunstenaars dat kunst op zichzelf staat en geen functie nodig heeft (L'art pour l'art).


Romantische beeldhouwkunst

Inhoud

Semperoper
Allegorie op de Muziek, Jean-Baptiste Carpeaux (kopie, origineel uit 1863-1869). Beeldhouwwerk op de gevel van Opéra Garnier in Parijs.
Afbeelding: Wikimedia commons.

---
Semperoper
Entreehal van de Semperoper in Dresden. De opera heet officieel Sächsische Staatsoper. De naam Semperoper is afkomstig van de architect, Gottfried Semper.
---

Romantische beeldhouwkunst bestaat nauwelijks. Het is meestal neoclassicisme met een sentimentele betekenis. Een enkeling waagt zich aan dramatische, meestal allegorische of historische voorstellingen (bijvoorbeeld: François Rude, Jean-Baptiste Carpeaux).


Vorm

De beeldhouwkunst bleef veelal in de greep van de stijl van het neoclassicisme. Er zijn maar weinig beeldhouwers die kiezen voor een dynamische en geëmotioneerde uitwerking.


Functie

Portretten en standbeelden of ter versiering van graven, monumenten en gebouwen.


Romantische bouwkunst

Inhoud

Belangstelling voor het verleden leidt tot het opnieuw gebruiken van historische stijlen (neo-stijlen), soms door elkaar (eclecticisme). De gekozen stijl roept associatief betekenissen op (zie bij 'vorm').

Bij het zoeken naar de wortels van de eigen cultuur, komt men dikwijls uit in de middeleeuwen. De hernieuwde belangstelling voor het christelijk geloof versterkte de belangstelling voor de christelijke (en sociale) middeleeuwen.


Vorm

Neo-stijlen:


Functie

Alle mogelijke gebouwen


© Auteursrechten (tenzij anders vermeld): belpaese.nl / N.Jongeneel. Lees de gebruiksvoorwaarden.




Valid HTML 4.01 Transitional