8. Verlichting en revolutie
1750 - 1825

Assemblee Nationale

8.1 Tijdsbeeld

8.1.1 De rationele mens

In het vorige hoofdstuk heb je kunnen lezen hoe in de 17de eeuw in West-Europa een klasse ontstond van welgestelde, ondernemende burgers, die zich steeds meer bewust werd van haar macht. Dit gebeurde aanvankelijk vooral in de Nederlanden en in Engeland, maar niet veel later ook in Frankrijk, hoewel de politieke macht daar volledig in handen was van de koning.
In de 18de eeuw hadden de ondernemers en kooplieden in de steden grote inkomsten, niet alleen uit hun eigen ondernemingen, maar ook uit hun aandelen in allerlei zaken. In de stad hadden zij luxueuze huizen, zoals de grachtenpanden in Amsterdam, waar ze 's winters verbleven; 's zomers trokken ze naar hun weelderige buitenplaatsen. De kooplieden uit Amsterdam hadden hun buitenverblijven langs de Vecht of de Amstel. Ze hadden hun zaken goed voor elkaar en waren zich er van bewust dat zij hun welvaart te danken hadden aan hun eigen inspanningen en inzichten of die van hun voorouders.
Het idee dat de 18de-eeuwse burgers hadden, dat de mens met zijn verstand (ratio) in staat is de wereld te begrijpen èn te ordenen, noemen we rationalisme. Het rationalisme was al in de 17de eeuw verkondigd door filosofen als Descartes, Spinoza en Leibniz. René Descartes (1596-1650) had alles verworpen waaraan maar de geringste twijfel kon bestaan en kwam toen maar tot één onomstotelijke waarheid: 'cogito ergo sum’(ik denk, dus ik besta).

8.1.2 Het empirisme

Sommigen meenden dat kennis alleen betrouwbaar is wanneer zij is gebaseerd op de ervaring: op experimenten en waarnemingen. Ze worden empiristen genoemd (van het Griekse woord empeiria dat experiment betekent). De empiristen staan tegenover de rationalisten, die de waarneming niet geheel vertrouwden omdat ook onze zintuigen ons kunnen misleiden. Wetenschappers die op empirische wijze werken, hebben instrumenten nodig voor hun waarnemingen. Belangrijke uitvindingen waren de telescoop en de microscoop.

Joseph Wright of Derby, Experiment met een luchtpomp
Joseph Wright of Derby, Experiment met een luchtpomp.
We zien een natuurfilosoof bezig met een experiment waarbij de lucht uit een glazen stolp wordt gepompt. In de stolp ligt en kaketoe, die is gestorven door gebrek aan zuurstof: het experiment is geslaagd. De kinderen zijn nogal ontdaan door de dood van de kaketoe. Een heer probeert hen er van te overtuigen dat de wetenschap nu eenmaal zijn offers vraagt.
Afbeelding: Wikimedia Commons.

---

8.1.3 De verlichting

De rationalisten gingen er van uit dat alles op den duur met het verstand te beredeneren zou zijn, en in die gedachte werden zij gesteund door de opzienbarende ontdekkingen van de wetenschap. Het vertrouwen in God werd vervangen door een vertrouwen in de rede. Wetenschappers als Kepler, Copernicus, Galileï en Newton hadden de wetmatigheid van de natuurverschijnselen aangetoond; waarom zou dan de menselijke maatschappij niet volgens beredeneerbare, natuurlijke wetmatigheden geordend kunnen worden?

Deze periode in de Europese cultuurgeschiedenis, waarin men de ratio of rede als grondslag voor een levensbeschouwing aanvaardde, noemen we de verlichting. Het ideaal van de verlichting was een samenleving die bevrijd was van geweld, macht, onderdrukking, ongelijkheid etc. Verdraagzaamheid, persoonlijke vrijheid en onderlinge gelijkheid waren daarom zeer belangrijk. Men dacht dat wanneer ieder zijn ratio zou volgen, er als vanzelf een 'natuurlijke' wereldorde zou ontstaan waarin ieder mens zich vrij en gelukkig zou kunnen voelen. Men geloofde in de aangeboren goedheid van de mens en hechtte grote waarde aan de opvoeding als middel om te voorkomen dat die goedheid verloren zou gaan.
'Verlichte' schrijvers brachten in hun verhalen hun maatschappijkritiek tot uiting. Voorbeelden hiervan zijn 'Gullivers Travels' van Jonathan Swift en 'Lettres Persanes' van Montesquieu. De blijspelen van Beaumarchais - 'De barbier van Sevilla' en 'De bruiloft van Figaro'- zijn rechtstreekse aanvallen op de aristocratie.

8.1.4 Filosofen van de verlichting

Het waren de filosofen of wijsgeren die de verlichte ideeën onder woorden brachten. De meest invloedrijke van hen was de Fransman Voltaire. Hij stak zijn mening over de hofadel niet onder stoelen of banken waardoor hij tot tweemaal toe in de staatsgevangenis, de Bastille, belandde. Belangrijk is zijn roep om verdraagzaamheid:

"Maak dat wij elkaar mogen bijstaan, wederkerig, om de last te dragen van een moeizaam en vergankelijk leven. Mogen alle mensen zich herinneren dat zij broeders zijn. Mogen zij de dwingelandij verafschuwen die over hun zielen wordt uitgeoefend."

Aanvankelijk een groot bewonderaar van Voltaire was Jean Jacques Rousseau. Later nam hij afstand van de wereld van uiterlijk vertoon en relativeerde hij de betrouwbaarheid van het verstand. Zijn uitgangspunt was dat de mens in wezen goed is, maar dat de beschaving hem steeds verder heeft bedorven. De mens moest daarom terugkeren naar een eenvoudig, natuurlijk leven.

"In de natuurlijke staat bestaan geen verschillen tussen armen en rijken, tussen meesters en slaven. Bron van de ongelijkheid is het privé-bezit, het eigendom."

In latere werken deed hij scherpe aanvallen op de standenmaatschappij en drong hij aan op een vrije, natuurlijke opvoeding van het kind. Heel belangrijk is zijn 'du contrat social' waarin hij pleitte voor het recht van een volk op zelfbestuur.

Diderot en D'Alembert werkten vanaf 1745 aan een verzamelwerk van alle kennis, de eerste encyclopedie. De encyclopedie verscheen in 18 delen en werd het gebruikelijke naslagwerk van alle beschaafde Europese kringen. Diderot geeft in zijn encyclopedie ook aan hoe hij en vele anderen aankeken tegen het koningschap: de koning moest in dienst staan van het volk en door dat volk zowel gekozen als ontslagen kunnen worden.

8.1.5 Het Rococo

Antoine Watteau, Pelgrimstocht naar Cythera
Antoine Watteau, Pelgrimstocht naar Cythera, 1717.
Het eiland Cythera was in de oudheid een centrum van de Venus-cultus.
Wat Watteau hier geschilderd heeft is een gefantaseerd uitstapje van verliefde stelletjes naar dat idyllische liefdes-eiland. Dit soort arrangementen van liefdesgezelschappen in pastorale landschappen noemen we 'fÍtes galantes'.

---
Versailles Tuin
Een met putti ('engeltjes') versierde rocaille in de abdijkerk van Ottobeuren (Duitsland).
---

De klassieke barok was de vormentaal waarmee in de 17de eeuw de macht van kerk en vorst waren uitgedragen. Een grootse stijl: krachtig en pompeus. In de 18de eeuw maakt het stoere culturele klimaat van de 17de eeuw echter plaats voor een tijdgeest van zelfgenoegzaamheid en weekheid. Zowel de adel als de gegoede burgerij plukte de vruchten van de in de 17de eeuw bereikte welvaart, en leidde een ontspannen leven in grote luxe.

In Parijs ontmoetten de mensen die zich geleerde of kunstenaar noemden elkaar in de huizen van welgestelde burgers of in de salons van de adel. Ook de bijeenkomsten zelf werden salons genoemd. Daar werden naast de nieuwtjes en roddels de nieuwe ideeën van rationalisme en verlichting verspreid. Men was optimistisch over de toekomst, en zeer tevreden met zijn bestaan. Dat bestaan bestond voor een belangrijk deel uit plezier maken. Dit plezier zien we onder meer weerspiegeld in de door Watteau geschilderde fêtes galantes, verfijnde en galante feestjes in de open lucht, in en parkachtige omgeving. Men was dol op spelletjes en verkleedpartijen. Er leefde een sterk verlangen naar het 'zuivere' landleven, naar lieflijke schoonheid, naar erotiek. Er ontstond een wooncultuur waarin leden van het hof, de aristocratie en de rijke burgerij er alles aan deden zich te voorzien van een sierlijke en bekoorlijke omgeving.
Het zal duidelijk zijn dat hiervoor de robuuste barok niet geschikt was. Er ontstond een variant op de barok waarbij de lijn zo zwierig mogelijk wordt, de kleuren zoet, de vormen week.
Omdat het motief van de rocaille ('rotswerk': schelpvormige versiering) in deze stijl veel voorkomt heette die aanvankelijk 'style rocaille' maar werd door de classicisten spottend 'rococo'-stijl genoemd.
Kunstwerken in de rococostijl zijn vooral te vinden in Frankrijk, Oostenrijk en het zuiden van Duitsland.

8.1.6 De Amerikaanse onafhankelijkheid

De politieke ideeën van de verlichting werden voor het eerst in de praktijk gebracht in de Verenigde Staten van Amerika. De kolonies aan de oostkust kwamen in opstand tegen het moederland Engeland. In 1776 werd een onafhankelijkheidsverklaring aangenomen. Hierin stond dat de mensen gelijk geboren zijn en gelijke rechten hebben, die men ze niet kan afnemen. Voor het eerst in de geschiedenis werden de natuurlijke rechten van de mens als grondslag van de staat genomen, zoals het recht op vrijheid, op eigen leven en op het streven naar geluk.
De eerste president van de Verenigde Staten was George Washington. De eerste grondwet werd opgesteld in 1787. De invloed van de ideeën van de Amerikaanse revolutie is in Europa enorm groot geweest, met name in Frankrijk.

8.1.7 De Franse revolutie

De welgestelde burgers in Frankrijk vonden dat hun kennis en bezit ook moesten leiden tot politieke zeggenschap. Alle politieke macht was er nog steeds in handen van de koning, gesteund door adel en geestelijkheid.
In 1789 kwam het tot een omwenteling. De burgers accepteerden het niet langer dat zij anders werden behandeld dan geestelijken en edelen. Zij eisten gelijkheid voor de drie standen. Ze kregen hun zin. De adel, geestelijkheid èn derde stand werden verenigd in de Nationale Vergadering die een nieuwe grondwet op moest stellen. Het ancien régime was gevallen.
Deze vreedzame revolutie werd kort daarna gevolgd door een bloedige volksopstand. Op 14 juli (nog steeds de nationale feestdag in Frankrijk) bestormden het woedende Parijse volk de Bastille, een staatsgevangenis waar veel politieke gevangenen opgesloten zaten. Het oproer sloeg op het hele land over. Kastelen en kerken werden geplunderd, landeigenaren vermoord.

Rechten van de mens.
Schilderij uit de tijd van de Franse Revolutie waarop de Verklaring van de Rechten van de Mens is vastgelegd.
Afbeelding: Wikimedia commons.

---

De vertegenwoordigers in de Nationale Vergadering maakten toen een einde aan de traditionele feodale orde door van al hun voorrechten af te zien, de standen waren daarmee vervallen, kerkelijke goederen werden eigendom van de staat. Zij ontwierpen als inleiding op de grondwet de beroemde Verklaring van de rechten van de Mens en de Burger :’vrijheid, gelijkheid en broederschap'.
De betekenis van de Franse revolutie voor de Europese staten is bijzonder groot. Bijna alle moderne staten zijn gebaseerd op de beginselen van 1789: regering door zelfgekozen volksvertegenwoordigers, gelijkheid van allen voor de wet.

8.1.8 Het schrikbewind (1793-'94)

Toen de macht van de adel en geestelijkheid eenmaal was beknot, bonden de leden van de Nationale vergadering met elkaar de strijd aan. De Jacobijnen, onder hun leiders Danton, Marat en Robespierre, kregen de overhand. Zij kwamen op voor de armen en wilden de verdorven samenleving van uitbuiters zuiveren door middel van ...de guillotine. Het feit dat iemand welgesteld was, was al reden genoeg hem zonder enige vorm van rechtspraak te onthoofden. Tenslotte begon Robespierre in zijn fanatisme zo door te draven dat hij zelf, door zijn eigen aanhangers, werd onthoofd.

8.1.9 Napoleon

Louis David, Madame Raymond de Verninac
Antonio Canova, Napoleon als Mars de Vredestichter; bronzen afgietsel (1810) van een marmeren origineel.
---

De door de welgestelde burgerij gedomineerde democratie keerde terug, maar het land verkeerde in een chaos en de regering was niet in staat die te beëindigen. Vandaar dat niemand protesteerde toen de inmiddels beroemde generaal Napoleon Bonaparte in 1799 de macht greep.
Door de dictatuur van Napoleon kwam er een einde aan de politieke verwarring èn aan de democratie. Napoleon streefde wel naar gelijke kansen voor ieder, ongeacht stand of afkomst, en naar maatschappelijke vrijheid. Hij liet nieuwe wetboeken opstellen, zoals de Code Napoléon, die een gedeeltelijke verwezenlijking inhielden van de in de Verklaring van de Rechten van de Mens vastgestelde beginselen. Hij organiseerde de staat en de ambtenarij op een zeer doeltreffende wijze.
Napoleon was eerzuchtig en verlangde naar macht en grootsheid. Zijn doel was de wereldheerschappij. Zijn grote voorbeelden waren Alexander de Grote, Julius Caesar en Karel de Grote.
Toen hij eenmaal aan de macht was zette hij zijn al eerder begonnen veroveringstochten voort. Op den duur had hij de macht in bijna heel West-Europa. In 1812 leed hij echter enorme verliezen in Rusland en in 1814 wist een coalitieleger door te stoten tot in Parijs. Napoleon deed afstand van de troon en moest genoegen nemen met het eilandje Elba als vorstendom.
Nog één keer keerde Napoleon in Frankrijk terug en wist er de macht te grijpen. Kort daarna werd hij bij de Belgische plaats Waterloo verslagen door een Pruisisch en Engels leger.

8.1.10 Het classicisme

In de barok was er al sprake geweest van twee stromingen:

Frankrijk en de Noordelijke Nederlanden. In Engeland was de invloed van Palladio zo sterk dat daar wel gesproken wordt van palladianisme. De classicisten streefden bovenal naar een grote harmonie en eenvoud in de proporties, volgens klassieke voorschriften.

Kenmerken van het neoclassicisme

Rinaldo Rinaldi, Pietro Stecchini
Rinaldo Rinaldi, grafstèle voor Pietro Stecchini.
---

Uit de uitbundige barok, en als reactie op de strenge barok in Frankrijk, ontwikkelde zich het rococo.
De ontwikkelde burgers vonden het rococo decadent, een stijl voor de verweekte adel; en de strenge barok was teveel afgeweken van de ideale klassieke vormen en te veel een uitdrukkingsmiddel geworden van het vorstelijk absolutisme en de macht van de Kerk.
En dus was er behoefte aan een nieuwe stijl. Bij de het nieuwe denken van verlichting en democratie pasten de idealen van het oude Rome: moed, deugd, trouw en daadkracht; en daarbij hoorde de stoere, heldere en evenwichtige vormentaal van de antieke kunst. 'Edele eenvoud en waardige grootsheid' zijn er volgens Winckelman de hoofdkenmerken van. Voor de rationalistische geesten van de verlichting was het bovendien heel plezierig dat de klassieke kunst vast omschreven regels kende. De 'nieuwe' stijl werd daarom de stijl van de Grieken en Romeinen.
Het classicisme had de klassieke motieven toegepast in een nieuwe samenhang; in het neoclassicisme streefde men er naar de klassieken motieven in hun oorspronkelijke samenhang te gebruiken. In de neoclassicistische bouwkunst zien we dan ook tempelfronten en triomfbogen opduiken; de beeldhouwwerken zijn nauwelijks van hun antieke voorbeelden te onderscheiden.

De oudheid als voorbeeld

J.J.Winckelman (1717-1768), bestudeerde in Rome de literatuur en kunst van de oudheid. Zijn publicaties hadden grote invloed op de ontwikkeling van het neoclassicisme. Als eerste schreef Winckelman een archeologische verhandeling over klassieke kunst: Geschichte der Kunst des Altertums.
Andere gebeurtenissen die de fantasie prikkelden en de belangstelling voor de oudheid aanwakkerden waren de ontdekking van de Romeinse steden Herculaneum (1710) en Pompeji (1748); de herontdekking van de Griekse tempels van Paestum en de veldtocht van Napoleon in Egypte (1798).
De belangstelling voor archeologie nam enorm toe, al was die er vooral op gericht schatten op te graven en mee te nemen.

Voor Napoleon geeft het neoclassicisme uitdrukking aan zijn macht en heerschappij. Dat hij zich voelde als Julius Caesar kreeg ook uitdrukking in de bouwkunst en toegepaste kunst: hij liet zijn eigen triomfboog (Arc de Triomphe, 50 m. hoog!) oprichten en zich door de beeldhouwer Canova vereeuwigen als een klassieke god: naakt. De kunst uit de tijd van Napoleon wordt empire genoemd ('empire'=keizerrijk).

Neoclassicistische beeldhouwkunst

Ook in de beeldhouwkunst zag men de klassieke voorbeelden als ideaal. Men probeerde de eigen beelden daar zo veel mogelijk op te laten lijken. Dit streven leidde dikwijls tot gekunstelde beelden waarin schoonheid, harmonie en lieflijkheid zijn overdreven ten koste van de uitdrukkingskracht. Vaak zijn wit marmer met een fondant-achtig uiterlijk, waardoor de zoetigheid van de beelden nog wordt benadrukt. Als onderwerpen worden meestal mythologische en allegorische onderwerpen gekozen. De meest bekende beeldhouwers uit deze tijd zijn Antonio Canova en Bertel Thorwaldsen.
Een gunstige uitzondering op dit bloedeloze classicisme vormt het werk van de Fransman Jean-Antoine Houdon. Hij maakte onder meer scherp realistische en expressieve portretten waarvan dat van George Washington heel bekend is.

Neoclassicistische schilderkunst

Louis David, Madame Raymond de Verninac
Louis David, Madame Raymond de Verninac, 1797-98
---

Als inspiratiebron voor de schilderkunst waren er nog te weinig antieke voorbeelden voor handen. Als 'klassieke' bron greep men daarom terug op het werk uit de renaissance. Vooral het werk van Rafaël vond men prachtig om zijn heldere lijnvoering en evenwichtige compositie. Soms werd een sterk clair-obscur gebruikt, als bij Caravaggio.
Al in de 17de eeuw had de schilder Nicolas Poussin zich op deze kunstenaars gebaseerd en getracht in zijn werk de volmaakte harmonie te bereiken waarvan hij dacht dat die eigen was aan de klassieke kunst. Deze strenge en intellectuele stijl sprak de schilders van de late 18de eeuw erg aan.
De schilderijen van het neoclassicisme waren helder en lineair van opzet en koel van kleur. Hoewel de figuren bekwaam en naturalistisch zijn geschilderd, zien de composities er gedwongen en onnatuurlijk uit; hoewel er volop emotie is, lijken de figuren 'bevroren' en is de emotie niet geloofwaardig. De spontaniteit heeft ernstig te lijden van de beredeneerde schoonheid.
Men koos bij voorkeur onderwerpen uit de oude geschiedenis, als allegorie op eigentijdse - politieke - situaties; of uit de eigen tijd, waarbij de helden van de revolutie werden geëerd.

8.1.11 Muziek, dans, drama

De verburgerlijking van de cultuur had op de kunst grote invloed. Men werkte niet langer meer alleen voor een elitair publiek aan het hof, maar ook voor 'het volk'. Toch zochten de meeste kunstenaars nog steeds een beschermheer in de vorm van een of andere vorst of bisschop. De enkeling die het waagde zich als vrij kunstenaar te vestigen, zoals Mozart, werd daar meestal niet beter van.
De verbreding van het publiek had tot gevolg dat er nieuwe theatervormen ontstonden zoals de opera buffa, de kluchtige opera. In het toneel stapte men af van de verheven thema's en gingen gewone volkstypes een belangrijke rol spelen.
De 18de eeuw heeft een groot aantal belangrijke musici en componisten voortgebracht. Johann Sebastian Bach, die stierf in 1750, was nog een echt barokke componist en hetzelfde kun je zeggen van Georg Friedrich Händel, overleden in 1759, beroemd om zijn grootse koorzangen. Na zijn dood werd de ver doorgevoerde polyfonie (meerstemmigheid) los gelaten. De nadruk kwam weer op de melodie te liggen waarbij gevoelsladingen als vrolijkheid en zwaarmoedigheid - uiteraard volgens een rationeel systeem - werden gekoppeld aan de vorm van de melodie en de toonsoort.
De beroemdste musici uit de tweede helft van de 18de eeuw zijn Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) en Franz Joseph Haydn (1732-1809). Mozart vatte in zijn werk alle muzikale mogelijkheden van zijn tijd samen.
Veel moeilijker dan architectuur en beeldende kunst laat zich de muziek onderbrengen bij een bepaalde stijl. neoclassicistische muziek bestaat dan ook niet echt. Een van de weinige componisten die wel in de geest van het classicisme werkten was Ludwig van Beethoven (1770-1827). Hoewel hij in Wenen verbleef in de kringen van edelen en vorsten was hij gefascineerd door de ideeën van de Franse revolutie. Napoleon inspireerde hem zelfs tot zijn derde symfonie 'Eroica'; waarvan hij overigens het titelblad verscheurde toen hij vernam dat Napoleon zich tot keizer liet kronen.
Ook de dans populariseerde. In het begin van de 18de eeuw was 'stijl'-dansen nog een ernstig hofvermaak. Men danste moeilijke dansen als de menuet en de quadrille. Onder de burgerij kwam na 1750 de wals in de mode.

8.1.12 De industriële revolutie in Engeland

Terwijl Frankrijk een omwenteling op politiek gebied meemaakte, vonden in Engeland enorme veranderingen plaats op het gebied van ambacht en industrie. Deze industriële revolutie was voor het ontstaan van de moderne samenleving minstens zo belangrijk als de Franse revolutie.
Allereerst steeg de behoefte aan een grotere productie in de landbouw en de industrie als gevolg van bevolkingsgroei, toegenomen welvaart en de behoeften van de kolonies. Dit leidde tot schaalvergroting in de landbouw, waardoor veel kleine boeren hun land kwijtraakten en naar de stad trokken om daar werk te zoeken.
Er werden heel veel technische vindingen gedaan, machines die bepaalde handelingen sneller en beter konden verrichten; maar veel belangrijker: de stoommachine die gebruikt kon worden om die apparaten aan te drijven.
Doordat men deze grote en kostbare stoommachines ging toepassen was het niet langer mogelijk dat mensen thuis werkten. Ze moesten in hallen komen werken, waarin de door de stoommachine aangedreven apparaten stonden: de eerste fabrieken. Het gebruik van de stoommachines was alleen lonend wanneer er op grote schaal werd geproduceerd, vandaar dat die fabrieken dikwijls groot waren. Fabrieken werden gebouwd op plaatsen waar veel steenkool te krijgen was (in de buurt van mijnen of havens) omdat de stoommachines grote hoeveelheden van deze brandstof verslonden.
Door de toename van de industriële productie werd het noodzakelijk de transportmiddelen te verbeteren. Voor een beter vervoer per schip werden kanalen gegraven. Snel en regelmatig personenvervoer werd mogelijk door de opkomst van de diligence (postkoets). De belangrijkste verandering op het gebied van het transport was echter de komst van de spoorwegen. De eerste spoorlijn van Engeland werd gebouwd in 1825 door Stephenson. Daarna werd het spoorwegnet in een hoog tempo uitgebreid.

© Auteursrechten (tenzij anders vermeld): belpaese.nl / N.Jongeneel, J.Brouwer. Lees de gebruiksvoorwaarden.


8.2 Dagelijks leven

8.2.1 Kleding in de 18de eeuw

Het hof van Frankrijk was ook op het gebied van de mode toonaangevend. In de tweede helft van de 17de eeuw was de pruik in de mode geraakt en tot aan de Franse revolutie droeg iedere beschaafde man een langharige, gepoederde krulpruik. De mannen droegen een hoed waarvan de rand op drie punten werd omgeslagen; de driekante steek. Verder veranderde de mannenmode niet veel. De man droeg doorgaans lange zijden kousen, een kniebroek, een vest en een jas met weggesneden panden (frac).
De vrouwenkleding werd losser en zwieriger. Soms werden de rokken op de heupen zijwaarts uitgespannen met een vlechtwerk van walvisbaleinen of wilgentenen, de panier. De kleding werd overvloedig versierd met geweven bloemmotieven, strikken, linten. Eenvoudige jurken als de polonaise en de robe en chemise duiken pas tegen het einde van de eeuw op. Soms worden ze over een kleine queue gedragen. De haren van de vrouw werden opgewerkt tot bouwsels van soms een halve meter hoog. Pruiken werden ingevet en met tarwemeel gepoederd.
Onder invloed van de revolutie veranderde de mode sterk. Revolutionaire mannen droegen een lange gladde broek, vaak van gestreepte stof; een kiel; een open gedragen wit hemd en een slappe muts. Deze dracht was overgenomen van de matrozen uit Marseille en symboliseerde de revolutionaire gezindheid.
De Engelse mannenmode werd populair: een strakke, maillot-achtige kniebroek, een jas met lange achterpanden en van voren horizontaal afgesneden, brede revers en hoog opstaande kraag. Verder droeg men rond de nek een boord, dat het praktisch onmogelijk maakte het hoofd te bewegen. Overdag werden rijlaarzen gedragen, 's avonds zijden kousen en lakschoenen.
De vrouwen droegen jurken van dunne doorzichtige stoffen. Ze waren hoog gegordeld en laag gedecolleteerd. De kleding was meestal wit en werd met Griekse motieven versierd. Voor de warmte gebruikte men grote kasjmiersjaals. Ook de bijkomstigheden van het kostuum werden Grieks geïnterpreteerd, zoals de juwelen en het kapsel. Verder gebruikte men kleine waaiers en zeer lange handschoenen.

8.2.3 Opkomst van de bourgeoisie

Het dagelijks leven in de 18de eeuw week niet bijzonder veel af van dat in de 17de eeuw; en aangezien dat uitvoerig is beschreven, willen we onze blik nu richten op de eerste jaren van de 19de eeuw. Door de revoluties was de maatschappij volkomen veranderd waardoor ook het dagelijks leven er voor velen heel anders kwam uit te zien.
De oude maatschappelijke orde was omver geworpen. De aristocratie was verslagen en de burgers hadden het voortaan voor het zeggen. Het lot van de mensen werd niet meer bepaald door hun afkomst - dat dacht men althans. De stand en het beroep van hun vader hoefde geen carrière meer in de weg te staan. Alle mensen waren gelijk, dus had ieder mens gelijke kansen te profiteren van de nieuw verworven vrijheid. Wie er geen gebruik van maakte, en daardoor verstoken bleef van welvaart en voorspoed, toonde een gebrek aan intelligentie, zedelijke kracht of energie. Economisch liberalisme zou uiteindelijk iedereen welvaart brengen: vrij ondernemerschap, gedreven door winstbejag en concurrentie, zonder bemoeienis van de overheid.
'Ieder voor zich en God voor ons allen' was zo'n beetje de opvatting die leefde onder de welgestelde burgers die hun kans schoon zagen als nieuwe heersers de plaats in te nemen van de oude adel. De mensen met kapitaal hadden de wind mee. De opkomst van de mechanisatie en de industrie maakten het mogelijk tegen lage kosten producten te maken en daar veel aan te verdienen. Het geïnvesteerde kapitaal vermenigvuldigde zich gemakkelijk waardoor kleine ondernemers al vlug grote ondernemers werden, en steenrijk.
Deze opkomende klasse, de bourgeoisie, was de klasse van de parvenu, van de 'selfmade man', die maar een levensdoel had: winst maken. Door zijn geld meende hij het recht te hebben de wereld te regeren. Hij verafschuwde bureaucratie en verwierp alle niet-economische activiteiten. Het liefst had hij een vrouw die lief en dom was, en niet zeurde. Een belangrijke sociale functie van de vrouw was te laten zien dat haar man in staat was haar in een toestand van verveeld nietsdoen te houden. Het huishouden was in handen van personeel.
De ellende die hij veroorzaakte onder de arbeiders was volgens hem in deze economische fase onvermijdelijk en niemand moest zich daar druk over maken. Op den duur zouden door de groei van de productie de lonen vanzelf stijgen.

8.2.4 Nieuwe ongelijkheid na de revoluties

Het was natuurlijk onzin dat iedereen de kans kreeg rijk te worden in zaken. De meeste mensen misten het geld en de opleiding om zich te ontworstelen aan hun sociale positie. Het was in de klasse van arbeiders en werklui bovendien niet erg gepast om je op te stellen aan de kant van de 'uitzuigers'. Op veel meer bewondering kon iemand rekenen wanneer hij het wist te schoppen tot dokter of advocaat, priester of dominee, al moest een familie jaren lang krom liggen om de studie te kunnen betalen. Anderen wisten het te brengen tot schoolmeester, kantoorklerk of ambtenaar, wat geen vetpot was als we Dickens moeten geloven, maar in elk geval een geregeld inkomen en enig respect opleverde.
Andere uitwegen waren het leger en het kunstenaarschap. Het publiek voor kunst was veel groter geworden en het nieuwe publiek liet zich gemakkelijk meeslepen. Sommige zangers en zangeressen, componisten, muzikanten, danseressen, dichters en schilders werden ware volkshelden.
Zo wist een aantal mensen uit de lagere standen zich op te werken tot middenstand.

8.2.5 Het leven van het proletariaat

Tegenover iedere burger die het tot miljonair schopte, stonden tientallen anderen die in de armoede belandden. Door de opkomst van de industrie ontstond er een trek naar de grote steden waar zich de industriegebieden bevonden. De boeren, maar ook oude klasse van de handwerkslieden, kregen zware klappen. Veel van hen moesten hun oorspronkelijke werk opgeven en tegen een hongerloon gaan werken in een fabriek. Werkgevers meenden dat de arbeiders permanent in een toestand van uithongering moesten verkeren omdat zij anders niet zouden werken. Zo ontstond een grote groep armen: het fabrieksproletariaat. Wie als arbeider in een fabriek ging werken aanvaardde daarmee een toestand van slavernij. Hij kon rekenen op werkdagen van 14 uur onder zeer slechte arbeidsomstandigheden. De bazen konden praktisch naar willekeur straffen en boetes opleggen, ze mochten zelf de werktijden bepalen, konden de arbeiders verplichten in hun winkels te kopen en een van hun huizen te huren. Ook vrouwen en kinderen moesten gaan werken om de gezinnen draaiende te houden. Vakantie was onbekend. Men woonde opeengepakt in troosteloze arbeiderswijken, in zeer kleine, slecht gebouwde huisjes zonder enig comfort.
De arbeiderswijken groeiden snel, zonder plan of toezicht. Elementaire diensten van stedelijk leven ontbraken er: er was vaak geen straatreiniging, watervoorziening of sanitair. Epidemieën van ziekten als tyfus en cholera staken opnieuw de kop op.
Traditionele normen en waarden verdwenen in de sloppenwijken snel. Alcoholisme en zelfmoord waren vaak de enige uitwegen. Moord en andere vormen van doelloze geweldpleging, geestelijke gestoordheid, prostitutie kwamen veelvuldig voor.
Deze periode was buitengewoon wreed, onmenselijk en onrechtvaardig. De werkman was slachtoffer van uitbuiting door rijken, die rijker werden naarmate de armen armer werden. De ontstellende armoede werd genegeerd, armen werden niet als volwaardige mensen beschouwd.

© Auteursrechten (tenzij anders vermeld): belpaese.nl / N.Jongeneel, J.Brouwer. Lees de gebruiksvoorwaarden.


8.3Uit de kunst

8.3.1 J.G. Soufflot
H.-Genovevakerk, later Panthéon
Parijs 1764-1789

Holbein Ambassadeurs
Panthéon, Parijs.
---

In 1744 werd Lodewijk XV door een ernstige ziekte overvallen. Toen hij dacht dat zijn einde naderde - wat later niet zo bleek te zijn - sprak hij de wens uit de oude kerk van St.-Geneviève te laten vervangen door een reusachtige nieuwe kerk. De architect Soufflot werd gevraagd als bouwmeester. Soufflot had zojuist een reis door Italië gemaakt en was sterk beïnvloed door wat hij daar aan antieke monumenten had gezien.
De kerk heeft de plattegrond van een kruis met vier gelijke armen. Boven iedere arm zit een lage koepel. Het midden van het kruis wordt bekroond door een grote koepel met trommel. Tot zover zou het gebouw ook barok kunnen zijn.
Neoclassicistisch zijn vooral de ombouw van de trommel en het Korintische tempelfront aan de voorzijde van de kerk. Hier is de barokke wandgeleding losgelaten om plaats te maken voor een 'zuivere' toepassing van de klassieke stijl.
Het duurde tot 1758 voordat voldoende geld was ingezameld voor de fundamenten. Daarna waren nog vele collectes en loterijen nodig voordat er genoeg geld was om de kerk af te bouwen. Pas in 1789 werd het werk beëindigd. Slechts twee jaar heeft de kerk als godshuis dienst gedaan. In 1791 besloot Revolutionaire Constituante de kerk te veranderen in de 'Temple de la Renommée', de Tempel der Aanzienlijkheid. Het werd het grafmonument voor de Groten van Frankrijk. Rousseau en Voltaire, Victor Hugo, het echtpaar Curie, Zola en vele andere beroemdheden liggen er begraven.
'Aux grands hommes la Patrie reconnaissante' zegt de tekst op het fries.

8.3.2 Jacques-Louis David (1748-1825)
Eed van de Horatii (1784)
Olieverf op linnen, 330 x 427 cm (!)

Jacques-Louis David, eed van de Horatii

Het verhaal waarvan hier een scène is afgebeeld is ons overgeleverd door de Romeinse schrijver Livius. Het speelt zich af in de beginperiode van de Romeinse republiek, in de tijd dat Rome nog niet door decadente keizers en hun families werd beheerst.
Een conflict tussen de volken van Rome en Alba Longa leek op een oorlog uit te gaan lopen. Om de oorlog te voorkomen zou de ruzie worden uitgevochten door drie vertegenwoordigers van beide partijen. Voor de Romeinen streed de drieling Horatius tegen de Albaanse drieling Curatius. Rome werd tot overwinnaar uitgeroepen toen er nog maar één man in leven was, een van de Horatii. Toe deze er achter kwam dat zijn zus verloofd was geweest met een van de gebroeders Curatius, doodde hij haar. Hij werd berecht en schuldig bevonden, maar met hulp van zijn vader kreeg hij gratie.
De drie Horatii worden, als symbool van oudromeinse heldhaftigheid, afgebeeld wanneer zij voor het gevecht de eed afleggen voor hun vader, die hun zwaarden ophoudt. Aan de andere kant zitten hun zusters te treuren, waardoor de onverschrokkenheid van de mannen wordt benadrukt.
De afgebeelde scène is niet alleen een weergave van het verhaal uit de oudheid. Schrijvers uit de tijd van David legden verbanden tussen de gebeurtenissen uit de oudheid en de eigen tijd. De schilder doet hier niet anders. Met dit schilderij laat hij ware heldenmoed zien: de broers zijn bereid zich op te offeren voor het welzijn van hun volk. Met eenzelfde heldenmoed zouden de mensen in zijn eigen tijd in staat zijn hun onderdrukkers te verslaan.
Het schilderij werd een ware sensatie:

"Niet alleen kunstenaars, liefhebbers en kenners, maar ook het volk loopt er van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat in drommen langs om het te zien", meldde een correspondent in die dagen.

Tegenwoordig doen de overdreven gebaren en emoties kunstmatig aan en lijken de figuren in hun theatrale poses als versteend; in de tijd van David was men echter gewend aan het zoetsappige rococo en werden de helderheid diepzinnigheid en eenvoud van dit kunstwerk zeer gewaardeerd.

8.3.3 Antonio Canova
Amor en Psyche (1787-1793)
Marmer

 Antonio Canova, Amor en Psyche

Dit verhaal van Amor en Psyche is afkomstig van de laat-klassieke schrijver Lucius Apuleius.
De maagd psyche was zo mooi dat zelfs Venus - godin van schoonheid en liefde - jaloers werd. De godin stuurde de liefdesgod Amor op haar af om er voor te zorgen dat zij verliefd zou worden op de een of ander onbenul. Amor verwondde zich echter aan een van zijn eigen pijlen en werd zelf verliefd op Psyche. Hij liet haar naar zijn paleis brengen waar hij haar alleen bezocht als het donker was, want zij mocht hem niet zien. Zij kon haar nieuwsgierigheid echter niet bedwingen en bespiedde hem op een nacht in zijn slaap bij het licht van een olielamp. Daarbij morste ze per ongeluk een druppel hete olie op Amors schouder. Deze werd wakker en was zo boos dat hij haar verliet en het paleis liet verdwijnen. Psyche zwierf lange tijd over de aarde en deed al het mogelijke haar geliefde terug te winnen.

Amor en Psyche

Op een keer ontfutselde Psyche aan de goden een kistje dat ze zo ongehoorzaam was te openen. Door de giftige dampen die daaruit opstegen stortte ze ter aarde. Amor schoot onmiddellijk te hulp, en dat moment zien we hier. Hij alleen kon echter aan haar toestand niets veranderen. Na vele smeekbeden van Amor werd Psyche door Jupiter naar de hemel gehaald en met Amor herenigd.
In de renaissance werd het verhaal gezien als een wijsgerige allegorie, waarin de ziel (Psyche) vereniging zocht met het verlangen (Eros), met Vreugde (hun kinderen) als resultaat.

Hoewel de beeldengroep in onze ogen wel erg zoetsappig is, werd hij toentertijd door velen beschouwd als een voorbeeld van volmaakte schoonheid: vormen en verhoudingen volgens klassieke idealen, een klassiek thema met een wijsgerige betekenis en een niet geringe erotische uitstraling. Mooier kon het niet.
Het beeld heeft zeer zeker kwaliteiten. De houding en ordening van de figuren is uiterst ingewikkeld en doordacht. Van welke kant je de groep ook bekijkt, steeds wordt de aandacht gevestigd op de twee gezichten: statisch middelpunt, waar omheen armen, vleugels en benen lijken rond te draaien als wieken aan een molen. Van welke kant je de groep ook bekijkt, steeds zie je een levendig spel van richtingen, gebaren, draaiingen.
Wat ons nu stoort is de zielloze behandeling van het oppervlak (de huid) van de beelden: alles rond, glad en zacht; geen pees, geen ader of bot te bekennen; geen onregelmatigheid die wijst op mensen van vlees en bloed.

© Auteursrechten (tenzij anders vermeld): belpaese.nl / N.Jongeneel, J.Brouwer. Lees de gebruiksvoorwaarden.


8.4 Stijlkenmerken rococo (samenvatting)

Assemblee Nationale

De stijl is voortgekomen uit de laatste fase van de barok. Gekenmerkt door krullerige en speelse vormen, met lichte kleuren en het toepassen van veel bladgoud. De naam is afgeleid van het Franse woord rocaille, een asymmetrisch schelpmotief dat in de 18e eeuwse barok veel gebruikt werd in met name de toegepaste kunst. Het woord rocaille gaat terug op de Franse woorden roc (rots) en coquilles (schelpen) en geeft aan dat het vooral om een decoratieve stijl gaat.

Ook de onderwerpen zijn soms luchtig en ondeugend van karakter.


© Auteursrechten (tenzij anders vermeld): belpaese.nl / N.Jongeneel. Lees de gebruiksvoorwaarden.


8.5 Stijlkenmerken neoclassicisme (samenvatting)

Algemene karakteristiek

Het ontstaan van het neoclassicisme hangt samen met:

Het waarheidsideaal van de 18e eeuwer werd gevoed door:


Neoclassicistische schilderkunst

Inhoud

Sabijnse Maagdenroof
Jacques-Louis David, de Sabijnse Maagdenroof, 1799 (detail).
---

De onderwerpen zijn meestal ontleend aan de klassieke mythologie of 'historische' verhalen uit de klassieke oudheid (b.v. Livius, Ovidius). De zeggingskracht ligt niet in de weergave zelf, die is vaak koel en afstandelijk, maar in de dramatiek en betekenis van de verhalen.


Vorm

Omdat er nog weinig klassieke schilderkunst bekend is (muurschilderingen uit Pompeii en Herculaneum) grijpt men terug op schilderkunst uit de (vroege) renaissance en de classicistische barok (Poussin).


De schilderkunst wordt gekenmerkt door:

Functie

Dikwijls een moraliserende boodschap. Veel schilders hebben een voorkeur voor verhalen die gaan over rechtvaardigheid, zelfbeheersing, heldenmoed, standvastigheid, opofferingsgezindheid, kameraadschap en andere deugden waaraan volgens hen hun eigen tijd behoefte heeft.


Neoclassicistische beeldhouwkunst

Assemblee Nationale

Inhoud

Monument voor Demidoff (Villa Demidoff, Toscane)
Monument voor Demidoff (Lorenzo Bartolini). Villa Medicea in Pratolino (Villa Demidoff di Pratolino).
** PLEASE DESCRIBE THIS IMAGE **

De meeste classicistische beelden stellen klassieke goden, helden en andere mythologische figuren voor. Ook allegorische figuren komen veel voor. Beelden laten de ideale schoonheid van het lichaam zien maar verkondigen daarnaast dikwijls een verheven idee (trouw, naastenliefde, vaderlandsliefde enz.). Verder worden er veel portretten en standbeelden gemaakt.


Vorm

Beelden uit de klassieke oudheid dienen als voorbeeld. Beeldhouwers streven naar technische perfectie maar dat gaat ten koste van de levendigheid en uitdrukkingskracht: de beelden zijn in onze ogen vaak bloedeloos en statisch.

Voorkeur voor brons en wit glad gepolijst marmer.


Functie

Allegorische voorstellingen op gebouwen, portretten, standbeelden, grafmonumenten met treurende figuren.


Neoclassicistische bouwkunst

Inhoud

Walhalla Regensburg
Leo von Klenze, 'Tempel Deutscher Ehren' ('Walhalla'), 1830-1841. Hier is het Parthenon in Athene als voorbeeld genomen.
---

Volgens Johann Winckelmann zijn 'Edle Einfalt und stille GrŲŖe' (edele eenvoud en waardige grootsheid) de basale kenmerken van de klassieke kunst. De neoclassicistische bouwmeesters streven dan ook naar strenge en monumentale vormen.

Het vrijwel altijd aanwezige tempelfront schept de verwachting dat in het gebouw iets hoogs of heiligs is aan te treffen.

Bij universiteiten, musea, bibliotheken, e.d. verwijst de stijl naar geschiedenis, kennis en wetenschap.

In tuinen, parken en op begraafplaatsen drukken kleine gebouwen in deze stijl vaak een romantisch verlangen naar het verleden uit, naar ArcadiŽ, naar het aardse paradijs.


Vorm

De antieke, Griekse gebouwen beschouwt men als de meest zuivere architectuur.

Na bestudering daarvan komt men tot de volgende principes voor het bouwen:

Men streeft naar zuivere, sobere bouwvormen. Aanvankelijk bouwt men nauwelijks versierde, pure geometrische vormen als kubus en cilinder; gaandeweg ontstaan ook gebouwen die vrijwel identieke imitaties zijn van Romeinse en Griekse gebouwen.

Tijdens het bewind van Napoleon I over Europa wordt in de interieur- en meubelkunst een versierende stijl populair die gebruik gemaakt van motieven en vormen uit de bloeiperiode van het Romeinse keizerrijk: het Empire.


Functie

Net neoclassicisme verleent aan openbare gebouwen een voornaam aanzicht. Overheidsgebouwen worden dikwijls opgetrokken in deze stijl, waardoor de macht van de staat of de overheid wordt benadrukt. Vaak ook gebouwen als herinneringsmonument.


© Auteursrechten (tenzij anders vermeld): belpaese.nl / N.Jongeneel. Lees de gebruiksvoorwaarden.




Valid HTML 4.01 Transitional