Late middeleeuwen


Montagnana, Veneto, Italië
De stadsmuren van Montagnana (Veneto), uit de 14e eeuw, zijn vrijwel geheel bewaard gebleven. Er zijn nog 24 torens en vier zwaar versterkte stadspoorten.


De Italiaanse steden in de middeleeuwen

Italië werd aan het eind van het eerste millennium geteisterd door aanvallen van Saracenen (Arabieren) en Magyaren (Hongaren). De steden werden daarom ommuurd. Veel plattelandsbewoners, maar ook veel kleine en grote feodale heren, vestigden zich in die versterkte steden. In de steden werden rondom de vertegenwoordiger van het rijksgezag, dikwijls een prins-bisschop, stedelijke instellingen opgezet om publieke zaken als defensie en rechtspraak te kunnen regelen. De adel in de steden en een deel van de burgerij werd bewapend en iedereen werd gevraagd om met geld of arbeid een bijdrage te leveren aan de verdedigingswerken van de stad en in openbare vergadering mee te praten over zaken die de gemeenschap aangingen. Daardoor groeide onder de burgers het gevoel van verantwoordelijkheid, onafhankelijkheid en gemeenschappelijk belang.
Sommige stadsbewoners verenigden zich om zich gezamenlijk in te zetten voor zaken die de hele stad betroffen, met het doel de stad groter, machtiger en rijker te maken. Deze groepen werden comuni genoemd (comune = gemeenschappelijk). Deze comuni waren aanvankelijk dus private verenigingen, waar men door het afleggen van een eed vrijwillig lid van werd, en waarvan de afspraken alleen maar golden voor de leden van de groep. Degenen die tot de comune toetraden behoorden echter vaak tot de machtigste en invloedrijkste families van de stad waardoor de comune aan aanzien en invloed won en een leidend orgaan werd dat de hele stad aan zich bond. Ook de adel in de steden zag zich genoodzaakt van zijn privileges afstand te doen en trouw te zweren aan de comune.

Florence
Florence is waarschijnlijk de beroemdste van de middeleeuwse comuni in Italië.
De skyline van de stad toont de belangrijkste gebouwen uit die tijd.
Van links naar rechts: de toren van het Palazzo della Signoria (of 'Vecchio', ca.1310), dan de koepel van de Medici-kapel, verderop de klokkentoren van de dom (ca. 1350), dan het torentje van de Chiesa della Badia met daarnaast de toren van het Palazzo del Podestà ('Bargello', ca. 1250). Helemaal rechts de magnifieke koepel van de dom (1436).
Aan de bouw van het palazzo del podestà begon men vijf jaar na het uitroepen van de 'comune van het volk' in 1245. Het palazzo Vecchio werd gebouwd als zetel van machtige Florentijnse gilden.



De comuni ontstonden voornamelijk in welvarende gebieden waar veel handel werd gedreven, dus in Toscane en langs de grote handelsroutes van Milaan naar Venetië en van Milaan naar Bologna. In die gebieden had in theorie de Duitse keizer het opperste gezag, maar die was altijd ver weg en met andere dingen bezig. Daardoor konden de steden hun gang gaan.
Deze ontwikkeling voltrok zich in elke stad op een ander moment en op een andere manier maar de uitkomst was overal hetzelfde: de stad kreeg een eigen bestuur dat niet meer door feodale wetten gebonden voelde aan de keizer of de paus.

Verona.

Beschermd door een bocht in de rivier woonden op deze plaats eerst Euganiërs en Raetiërs, daarna Etrusken en Galliërs. Vanaf 89 v.C. was Verona een Romeinse kolonie, die stadsrechten kreeg in 49 v.C. Door haar gunstige ligging op het kruispunt van de belangrijke Romeinse wegen Via Claudia Augusta, Via Postumia en Via Gallica, werd Verona het belangrijkste commerciële en administratieve centrum van Noord-Italië.
Na deze eerste bloeiperiode onder de Romeinen, volgde een tweede ten tijde van de Ostrogoten (voor meer informatie zie geschiedenis vroege middeleuwen). Theodorik liet de stad vergroten en koos Verona, samen met Ravenna, tot hoofdsteden van het rijk. Verona was de lievelingsresidentie van de Longobardische koning Alboïn.
In 774 kwam Verona in handen van Karel de Grote. In de 10e eeuw werd de stad bij de Mark Beieren gevoegd. In de 12e eeuw vocht Verona, dat in 1107 een zelfstandige comune was geworden, in de Lega Lombarda tegen Frederik Barbarossa.
Na de tirannie van Ezzelino II da Romano, betekende de benoeming van Mastino I della Scala tot podestà en Capitano del popolo, het begin van één der belangrijkste signoria's van Italië. De beroemdste vertegenwoordiger van deze dynastie was Cangrande I. Hij was in 1311 benoemd tot vicaris van de kroon door keizer Hendrik VII en in 1318 werd hij de leider van de Ghibbellijnse Liga. Hij werd beroemd vanwege zijn politiek zonder scrupules en zijn grote belangstelling voor kunst (Dante vond bij hem onderdak).
Onder druk van de Milanezen onder Giangaleazzo Visconti vluchtten de Scaligeri naar het noorden, waar zij zich aansloten bij de Beierse landadel.
Van 1405 tot 1796 stond Verona onder Venetiaans gezag.
Tijdens de Oostenrijkse bezetting (na 1814) maakte de stad deel uit van de verdedigingslinie Verona, Peschiera, Mantova, Legnano.
In 1866 kwam Verona eindelijk bij het koninkrijk Italië.


De bedoeling van de comuni was in de eerste plaats om een goed bestuur van de stad mogelijk te maken en niet om de feodale orde omver te werpen. Het wettelijke gezag over de stad bleef in theorie in handen van de paus of keizer en hun vertegenwoordigers - die de comuni overigens niet erkenden; maar de comuni namen op zoveel gebieden het heft in eigen handen, dat ze feitelijk onafhankelijk werden. Ze gingen de handel controleren en accijns heffen bij de stadspoorten, de defensie organiseren, rechtspreken, de politiemacht uitoefenen en soms zelfs eigen munten slaan.

De comuni van de consuls
De eerste gemeentelijke instellingen, die zo omstreeks het einde van de 11de eeuw ontstonden, waren de consigli (raden), waarin een zeer beperkt deel van de bevolking was vertegenwoordigd. Deze raden kozen magistraten die de feitelijke regeringsmacht hadden en die in veel steden consoli (consuls) werden genoemd. De naam van dit ambt is rechtstreeks ontleend aan de Romeinse tijd. In de oudheid waren er echter maar twee consuls; in de middeleeuwse steden konden het er wel twintig of dertig zijn. Om te voorkomen dat ze te machtig werden, mochten ze maar een jaar in dienst blijven, konden ze niet worden herkozen en moesten ze, zoals in het antieke Rome, besluiten gezamenlijk nemen. Naast de consuls met hun macht bestond er een volksvergadering of arengo, maar die werd alleen bijeen geroepen om besluiten van de consuls te bekrachtigen. Deze volksvergaderingen waren druk en chaotisch en werden daarom later vaak door kleinere en slagvaardigere instellingen vervangen. De meeste consuls waren de nakomelingen van de edelen die van het platteland naar de stad waren getrokken, en dus bezittingen hadden en aanzien genoten.

In de periode van de consuls begint de systematische uitbreiding van het stedelijk gezag over het territorium rondom de stad (de ommelanden of contada). Het was bijna vanzelfsprekend dat het landbezit van dát deel van de edelen dat zich binnen de stadsmuren gevestigd had, tot de stad gerekend werd; zij hadden immers vaak een hoofdrol gespeeld bij het ontstaan van de comune. De resterende, nog onafhankelijke edelen in het gebied rond de stad werden verslagen, traden als strijders in dienst van de stad of werden gedwongen hun land aan de stad te verkopen. Er ontstonden uiteindelijk gebieden waarbinnen iedereen was onderworpen aan het gezag van de comune en vrede en veiligheid min of meer waren gegarandeerd. Een soort staatjes dus. En binnen die staatjes bevonden zich een stad en een platteland die van elkaar afhankelijk waren: het platteland moest de stad van voedsel voorzien en de stad het platteland van de werktuigen die voor de landbouw nodig waren.

Op de burgers in de stad kon de indeling in standen (adel, geestelijkheid en boeren), die het sociale fundament had gevormd onder het feodalisme, niet meer worden toegepast. De boeren, die volgens het oude systeem onlosmakelijk aan het land gebonden waren, slaagden er eveneens vaak in zich te bevrijden, dikwijls met hulp van stedelijke instellingen en na het betalen van een afkoopsom. Deze herwonnen vrijheid maakte het hun mogelijk het leengoed te verlaten waar hun families generaties lang hadden gewoond en gewerkt en te verhuizen naar de stad of naar de borghi franchi ('stadjes van vrijen') om daar een of andere nering op te zetten of als kleine zelfstandige hun landbouwactiviteiten voort te zetten.

Verona, Piazza dei Signori
Verona, Piazza dei Signori met het palazzo del comune of della raggione en de 84 meter hoge Torre dei Lamberti.

Verona
Verona, Piazza delle Erbe. Dit marktplein bevindt zich op dezelfde plaats als het antieke Forum. Het marmeren baldakijntje midden op het plein, uit de 14e eeuw, wordt de 'Berlina' genoemd, het was een plaats waar openbare plechtigheden plaatsvonden. Aan het eind van het plein het Palazzo Maffei, uit de late renaissance, met daarnaast de middeleeuwse Torre Gardello.

De comuni en de strijd tegen de keizer
De ontwikkeling van de stedelijke zelfstandigheid en de geleidelijke inname van de ommelanden door de comune was mogelijk doordat de wettelijke machthebbers, keizer en paus, nauwelijks gezag meer konden uitoefenen. De paus en keizer lagen met elkaar overhoop over de benoeming van geestelijken en de hoogste macht op aarde (investituurstrijd 1071 - 1122) en in Duitsland ontbrandde na de dood van Hendrik V (1125) een strijd om de troon tussen de Hohenstaufen en Welfen.

Frederik I van Hohenstaufen, bijgenaamd Barbarossa (roodbaard), was een keizer die na vele jaren het rijk weer aanzien wist te geven. Zijn inspanningen waren er in de eerste plaats op gericht zijn macht in de Duitse landen te versterken maar nadat hij de Duitse vazallen tot gehoorzaamheid had gedwongen, besloot hij naar Italië te reizen om ook daar zijn gezag te hernieuwen - zowel ten aanzien van de paus als van de comuni, die zich van de keizer niets aantrokken. In Pavia liet hij zich tot koning van Italië kronen en in 1155 maakte hij in Rome een einde aan het vrijheidsstreven van die stad en liet zich door de paus tot keizer kronen.
De Lombardische steden Como, Lodi en Pavia maakten zich ondertussen grote zorgen over het oprukken van hun machtige buurstad Milaan en verzochten in 1158 de keizer de Milanese expansie te beteugelen. De keizer begreep wel dat dat ook in zijn belang was en belegerde de stad. Milaan gaf zich over en moest zich onderwerpen aan het keizerlijke gezag en de zelfstandigheid van de buursteden erkennen. Vervolgens riep Barbarossa een grote vergadering bijeen (Rijksdag van Roncaglia, 1158) van edelen, vertegenwoordigers van de comunes en juridische specialisten van de universiteit van Bologna, waarin hij nog eens duidelijk maakte wat de koninklijke rechten (regalia) waren die de comuni dienden te erkennen. De politieke en economische vrijheden van de steden werden aan banden gelegd en bovendien nam de keizer zich voor in de steden rijksambtenaren te plaatsen om het doen en laten van de steden te controleren.
In 1159 probeerde Frederik in te grijpen bij de pauskeuze, weigerde hij Roland III (Paus Alexander III) te erkennen en steunde een tegenpaus. Dat leidde tot een verdeling van de kerk en van Europa in een pauselijk en een keizerlijk kamp waarbij de Italiaanse steden zich uiteraard aan de zijde van paus Alexander schaarden. Milaan greep de gelegenheid aan zich wederom te onttrekken aan het keizerlijk gezag, wat weer tot een beleg door de keizerlijke troepen leidde. Ditmaal had de keizer echter minder scrupules: na een beleg van zeven maanden werd in 1162 de stad met de grond gelijk gemaakt.
Na enkele jaren zetten de steden van de povlakte hun onderlinge geschillen opzij en verenigden zich in de Lombardische stedenbond (Lega Lombarda).
De keizer kwam opnieuw in Italië in 1174 en belegerde de stad Alessandria. Een stad die speciaal gebouwd was door de stedenbond als strategisch bolwerk tegen de keizer en genoemd was naar de paus. Het beleg mislukte en in de slag bij Legnano werden de keizerlijke troepen verslagen. Als gevolg van de overwinning werd bij de vrede van Konstanz (1183) de zelfstandigheid van de steden erkend. Voortaan mochten ze hun stedelijke magistraten zelf kiezen, al moesten ze wel het oppergezag van het rijk erkennen.
De pogingen van Frederik I om de comuni tot gehoorzaamheid te dwingen waren dus mislukt, maar hij behaalde wel een diplomatiek succes door een huwelijk te arrangeren tussen zijn zoon Hendrik VI en Constance d'Hauteville (1186), dochter van de laatste erfgenaam van het het Noormannenrijk in Zuid Italië. Met deze handige zet verzekerde de keizer zich van de controle over Zuid-Italië en bracht hij het verbond tussen Noormannen en paus aan het wankelen. Met de nederlaaag van Barbarossa kwam er een eind aan de middeleeuwse droom van een universeel keizerrijk en konden de vrije steden zich verder onbelemmerd ontwikkelen.

De comuni van de podestà's
De strijd met Frederik Barbarossa had de macht van de steden versterkt, maar toen de bedreigingen van buitenaf minder werden, werden de interne tegenstellingen weer scherper. De edelen die naar de steden waren getrokken bleven vechtersbazen die in de stad hun strijd met de buren voortzetten en probeerden hun macht te vergroten.
---
San Gimignano, de beroemde woontorens.

Todi
Piazza del popolo in Todi met vlnr: palazzo del popolo, palazzo del capitano (met trap) en palzzo dei priori (13e eeuw)..

Siena
Siena, palazzo pubblico, de zetel van het stadsbestuur in de middeleeuwen (ca. 1300).

In de steden bouwden zij gevechtstorens die in hoogte niet mochten onderdoen voor die van hun rivalen. In San Gimignano (Toscane) waren maar liefst vijftig van zulke torens, waarvan er dertien bewaard zijn gebleven. Maar ook de beoefenaars van vrije beroepen, handelaren en handwerkslieden, georganiseerd in gilden, eisten hun invloed en kwamen steeds vaker tegenover de aristocraten te staan. Het geruzie vormde een bedreiging voor de orde en vrede in de stad.
Om het gezag van het bestuur en de orde te herstellen koos men ervoor de hoogste magistraat voortaan van buiten de stad aan te trekken, zodat diens onpartijdigheid was gegarandeerd. Deze figuur werd podestà genoemd. Doordat hij een onpartijdige en zakelijke bestuurder was, zou hij in staat moeten zijn de ruziënde partijen tot elkaar te brengen. De podestà moest afkomstig zijn uit een andere stad (maar niet uit een ander land) en mocht hooguit een jaar in dienst blijven. Hij werd gecontroleerd door een speciale commissie.
De podestà's waren inderdaad vaak bekwame bestuurders die van stad naar stad trokken, veel ervaring opdeden en als een soort crisismanagers de problemen aanpakten. In deze periode verschenen in de comuni de eerste geschreven wetten, de statuten, en werden echte gemeentelijke bureaucratieën gevormd.

De comunes van het volk
Maar ook de instelling van het ambt van podestà bleek geen garantie voor een langdurige stabiliteit van het stadsbestuur. De economische macht van handelaren en ambachtslieden werd steeds groter en deze bevolkingsgroepen eisten een groter aandeel in het stadsbestuur. In de eerste helft van de dertiende eeuw vormen deze burgers daarom in veel steden een organisatie náást het stadsbestuur van de podestà, die dan de 'comune van het volk' genoemd wordt met aan het hoofd de capitano del popolo ('kapitein van het volk'). Meestal had de podestà geen andere keus dan deze capitano del popolo te erkennen.
Twee kapiteins op één schip, dat kon alleen maar problemen geven. Het gezag van beide leiders was onvoldoende om de orde te bewaren. De verschillende lagen van de bevolking bevochten openlijk en niet zelden met geweld hun belangen, wat in sommige steden tot een soort permanente burgeroorlog leidde. Leden van de ceto magnitizio (aristocratie) van het popolo grasso (rijke handelaren, bankiers e.d.) en het popolo minuto (kleine luiden: handwerkslieden, kleine neringdoenden e.d.) sloten steeds wisselende allianties, waardoor de chaos nog groter werd. En in de ruzies speelden ook nog andere tegenstellingen een rol, zoals die tussen aanhangers van de keizer (Ghibbellijnen) en aanhangers van de keizer (Welfen).
Sommige families slaagden erin van de onenigheid misbruik te maken en hun macht te vergroten waarbij het gebruikelijk werd rivaliserende families de stad uit te gooien en hun bezittingen te confisqueren. Dikwijls vestigen die ballingen zich in een naburige stad waar ze het moment afwachtten waarop ze wraak konden nemen; en voor dat doel zochten ze steun bij de vijanden van hun geboortestad.
Tegen het einde van de 13e eeuw was wel duidelijk dat voor de steden een krachtdadig bestuur, dat orde op zaken kon stellen, onontbeerlijk was.

Castel del Monte
Castel de Monte, het jachtslot van Frederik II van Hohenstaufen, Apulië

Volterra
Het palazzo Pretorio te Volterra, 13e eeuw, bestaat uit verschillende gebouwen. De rechter gevel is romaans (ronde boog) en de linker gotisch (spitse boog). Het palazzo was tot 1511 de zetel van de capitano del popolo.

De comuni en Frederik II
De steden hadden met de slag van Legnano en de daarop volgende vrede van Konstanz (1183) een belangrijke overwinning behaald op keizer Frederik I Barbarossa. Na die tijd konden zij ongestoord hun gang gaan, al hadden zij het formele oppergezag van het rijk moeten erkennen.
Die vrijheid duurde tot 1226. In dat jaar namelijk riep de kleinzoon van Barbarossa, Frederik II van Hohenstaufen, een rijksdag bijeen in Cremona om naleving van de verdragen van Konstanz te eisen.
In antwoord daarop organiseerden de steden een tweede Lombardische Liga. Dit keer was de liga echter minder succesvol. In 1237 werd het leger van de liga verpletterend verslagen te Cortenuova, bij Bergamo. De carroccio, een kar die het symbool was van het zelfstandigheidsstreven van de steden, werd door de vijand buitgemaakt. In bijna alle steden leidde deze nederlaag tot een overwinning van de Ghibbelijnse partij. Dertien jaar later stierf Frederik II echter, en zijn levenswerk - het stichtten van een centralistische staat - bleef onvoltooid.

De signoria's
Door interne tegenstellingen dreigden de comuni tegen het einde van de 13e eeuw uiteen te vallen: edelen tegenover gegoede burgerij, hogere gilden tegenover lagere gilden, welfen tegenover Ghibbellijnen, volksopstanden aangewakkerd door de onderste lagen van de samenleving en oorlogen met buurgemeenten zijn maar een paar van de conflicten die de voorspoed en de economie belemmerden. De macht en ambtstermijnen van de podestà's en stadsraden waren ooit opzettelijk beperkt gehouden, maar nu schoten zij tekort. Overal klonk de roep om een sterke leider en daarvoor dienden zich genoeg kandidaten aan. Het kon het hoofd zijn van een overwinnende partij zijn of een capitano del popolo of een podestà die door een volksvergadering werd uitgeroepen tot perpetuo signore of podestà perpetuo (heer of burgermeester voor het leven). De heer kon afkomstig zijn uit de stadsbevolking maar ook een militair of edelman. Zijn uitverkiezing was een formaliteit die een staatsgreep legitimeerde die al had plaatsgevonden.
---
Verona, Piazza dei Signori. Links het Palazzo del Governo, rechts het Palazzo del Capitanio of 'di Cansignorio'; beide uit de tijd van de Scaligeri. De gevel van het palazzo del Capitano werd in de 16e eeuw vernieuwd.

Verona
Verona, links de Loggia del Consiglio, zetel van de gemeenteraad in de renaissancetijd, rechts het Palazzo del Governo, dat werd gebouwd door de Scaligeri en nadien de zetel werd van de prefect van Venetië. Op het plein een standbeeld van de Florentijnse dichter Dante, die bij de heren van Verona onderdak vond toen hij uit Florence was verbannen.

Met de machtsovername door de signori kwam een einde aan het vernieuwende politieke klimaat in de steden al leek dat aanvankelijk niet zo omdat de signori de stedelijke statuten en wetten ongewijzigd lieten. Maar de heren zochten hun legitimering niet ín maar buiten de stad, bij de keizer of de paus, aan wie zij zich onderwierpen in ruil voor de adellijke titel van markies of hertog. Daarna was het nog maar een kleine stap naar erfopvolging en dat is ook wat overal gebeurde.
Halverwege de 15e eeuw was Italië opgedeeld in een aantal regionale staten die het lot van het land bepaalden: het Hertogdom Milaan, de Republiek Venetië, Genua, Florence, de Kerkelijke Staat en het Koninkrijk Napels. Andere kleine staatjes, zoals die van de Gonzaga's of de Este's, hadden weliswaar geen grote politieke betekenis maar lieten wel heel belangrijke sporen na in de cultuur van Italië.
Door de machtsconcentratie in de handen van één persoon of familie werden de conflicten tussen parijen en families beëindigd. Uitingen van onvrede werden hard de kop ingedrukt en de signoria's spanden zich in de eenheid onder de burgers te bevorderen. Voor de wet waren ook alle onderdanen gelijk. Dat nam echter niet weg dat er grote sociale verschillen bleven bestaan. De oude, gevestigde families van handelaren en bankiers bleven een machtsfactor waar de signoria's niet omheen konden.
Door de sociale rust werd de ontwikkeling van ambacht en handel gestimuleerd en door de snelle economische ontwikkeling was er ook plaats voor kunst en wetenschap. Veel signori werden grote begunstigers van de kunsten, hetzij uit liefde voor de kunst, hetzij om hun aanzien bij het volk te vergroten. Dit was de vruchtbare voedingsbodem waarop de renaissance kon ontstaan.

Frederik II van Hohenstaufen

Na de dood van Frederik I Barbarossa was diens zoon Hendrik VI aan de macht gekomen. Hendrik VI was getrouwd met Constance, de laatste erfgenaam van de Noormannen die Zuid-Italië hadden beheerst. Hendrik had daardoor ook de macht over het zuiden van Italië gekregen waardoor het Duitse Rijk weer liep van de Noordzee tot de Ionische Zee, uitgezonderd Midden Italië dat aan de paus toebehoorde. Toen Hendrik in 1197 op 32-jarige leeftijd stierf, was zijn zoontje Frederik slechts drie jaar oud. De kleine Frederik werd koning van Zuid-Italië maar kwam onder voogdij te staan van paus Innocentius III, die de feitelijke macht uitoefende. Tijdens de minderjarigheid van Frederik verloor het keizerrijk langzaam aan aanzien: in het noorden van Italië gingen de steden voort op de weg van zelfstandigheid en onderling geruzie; in Duitsland vond een dubbele koningskeuze plaats van de Hohenstauf Filips van Zwaben (oom van Frederik) en de Welf Otto van Brunswijk; in het zuiden van Italië maakten de leenmannen van het Noormannen misbruik van de situatie door zich goederen en privileges toe te eigenen die aan de vorst toebehoorden.
Toen hij volwassen was probeerde Frederik, met steun van Innocentius III zijn rechten en geërfde eigendom weer in bezit te krijgen. Innocentius had aanvankelijk de Welfische koning Otto van Brunswijk gesteund, maar toen die zich eerst tot keizer had laten kronen en vervolgens het voornemen had het zuiden van Italië te gaan veroveren, zette de paus Frederik in als tegenkoning. Frederik werd in 1212 te Mainz tot koning van Duitsland gekroond. Frederik moest wel beloven nooit keizer te worden en afstand te doen van Zuid Italië, want een rijk van de Noordzee tot de Ionische Zee, met een strookje Kerkelijke Staat daarin, leek hem een te gevaarlijk.
Na de dood van Innocentius slaagde Frederik er toch in zich tot keizer te laten kronen door de opvolger van Innocentius III, Honorius III (1220).

Verona
De piazza delle Erbe en de Piazza dei Signori met daaromheen de middeleeuwse overheidsgebouwen vormen het centrum van Verona.



Literatuur: Marta Fischer - Walter Pedrotti, Le città italiane nel medioevo, Colognola ai Colli, Demetra, 1997.
Roberto Bartolini, Firenze, Firenze, Becocci Editore.



Informatie elders op internet

  • Stupormundi.it
    This open space is for all of us who wish to promote the knowledge of Frederick II of Swabia (Latin Suevia), the medieval emperor that most influenced italian politics, religion, art, literature and architecture. This site represents a forum for current information in which news regarding Frederick II will be introduced. We are interested in your cooperation: studiouses or passionates may leave reports, comments, history pages.
  • Medievo Italiano
    In this session we would like to promote, develop and build a discussion about the Italian and European Middle Ages. Therefore we are proposing a forum: a place in which everyone can voice his/her opinion and views. Anyone can start a discussion on a specific topic, or post news, doubts or queries about papers in progress.
  • Medioevo website
    Benvenuti su medioevo.ws, il primo portale di turismo medievale dove trovare le recensioni di tutte le manifestazioni storiche d'Italia, leggende, itinerari storici, reportage e molto altro ancora ...
  • I Catari
    I BUONI UOMINI TRA INQUISIZIONE E VANGELO: LA CHIESA CATARA DI BAGNOLO SAN VITO
Santa Maria in Trastevere, Rome
Santa Maria in Trastevere (Rome).

  • Medieval Italy
    The Labyrinth: Resources for Medieval Studies Sponsored by Georgetown University.
    ita Daedalus implet / innumeras errore vias vixque ipse reverti / ad limen potuit. (Ovid, Metamorphoses 8.166-68).



BACK   Pagina precedente                   PRINT Stampa pagina                           HOME Home