Kunst oudheid


Forum Romanum, Rome, Italië
Van het Forum Romanum in Rome is na een kleine tweeduizend jaar niet veel meer over. Toch maken deze massieve ruïnes op indrukwekkende wijze duidelijk waartoe de Romeinen in staat waren.

De geschiedenis van de Italiaanse kunst begint in het jaar 1000 na de geboorte van Christus, want alle gebouwen en beelden die vr die tijd op het Apennijnse Schiereiland zijn gemaakt zijn voortbrengselen van de Griekse, Etruskische, Romeinse of Byzantijnse cultuur of zij staan, zoals de werken uit de Vroegchristelijke periode, nog zo onder invloed van de oudheid, dat ze niet Italiaans genoemd kunnen worden.
Maar ook in de echte Italiaanse kunst leeft de oudheid voort. De Italiaanse kunstenaars werden weliswaar sterk beïnvloed door de Byzantijnse schilder- en beeldhouwkunst, door de Romaanse stijl van de noordelijke volken en de Franse gotiek, maar de invloed van de antieken bleef toch het belangrijkst. Italië stond nu eenmaal vol met Hellenistische heiligdommen, Etruskische dodensteden, Romeinse tempels en triomfbogen, theaters en thermen; en ook de talrijke antieke beelden, reliëfs, mozaïeken en vazen dienden de kunstenaars tot voorbeeld. De stedelijke bevolking werd tot ver in de middeleeuwen beschermd door Romeinse muren en leefde soms nog in de resten van Romeinse monumenten en huizen, waarvan de galerijen zich soms naar straten openden die nog door de Romeinen was geplaveid.

Pas rond het jaar duizend begonnen, na eeuwen van vreemde overheersing, de Italiaanse steden weer op te bloeien. In Pisa, Lucca en Florence, in de Lombardische steden en spoedig ook in Venetië ontstonden de eerste stadsculturen sinds de oudheid. Het valt niet te ontkennen dat in Italië ook in de duistere eeuwen bijzondere kunstwerken zijn geschapen zijn. In Rome, onder bescherming van de pausen, zijn altijd kunstenaars actief gebleven. Uit iedere eeuw zijn er wel wat opvallende werken aan ons overgeleverd. Ook de vreemde overheersers van Italië wisten hun voordeel te doen met de vaardigheden van de Italiaanse handwerkslieden. Maar pas in de elfde eeuw begon men zich op het roemruchte verleden te bezinnen en de naam Rome te roemen. De grootsheid van het oude Rome werd voor de stadsbevolking weer het ideaal.

Van het begin af aan werd de Italiaanse kunst aangetrokken door twee polen: de antieke vorm en de christelijke geest. De Italiaanse kunst ontwikkelde zich uit oudheid en christendom. Daarbij streefde iedere periode naar een nieuw en beter begrip van de oudheid. Italië kon en wilde geen afstand doen van de klassieke erfenis. Tot op heden drukte die een stempel op de Italiaanse kunst. Daarom ontkomen we er hier niet aan in een paar grove lijnen de ontwikkeling van de klassieke kunst te schetsen. We willen daarbij vooral nagaan wat van het échte Italiaanse kunst in de oudheid zijn oorsprong vindt en bepalen wat Italië aan de Grieken te danken heeft.

Paestum
De Neptunustempel te Paestum (Campanië), uit ca. 460 v.C. is een van de best bewaarde Griekse tempels.

---
Apollo uit Veii. Ca. 510 v.C. Terracotta.

Sarcofaag
Sarcofaag uit Cerveteri. Ca. 520 v.C. Terracotta.

Lang voordat de Grieken en Romeinen zich op geestelijk en politiek gebied van het Middellandse Zeegebied meester maakten, bevonden zich langs de kusten van deze zee al hoogstaande beschavingen waarvan de mooiste en rijkste die van het Minoïsche Kreta was. Er zijn weliswaar vele kunstwerken van de Kretenzers bewaard gebleven maar hun schriftelijke oorkonden - duizenden kleitabletten - kunnen we nog maar nauwelijks ontcijferen. Daarom weten we weinig van het geestelijk leven van de Minoïsche cultuur en nog minder van de andere beschavingen uit dezelfde periode. Op Sardinië bouwde men nuraghi, torens van zware, onbewerkte stenen, maar waarvoor die bouwwerken dienden - of het burchten of tempels waren - weten we niet. Het enige wat de vondsten ons leren is dat de periode rijk was aan kunstuitingen.

Zoals de Minoïsche cultuur diep inwerkte op het volk van de Grieken, dat vanuit de Balkan op het grondgebied van het huidige Griekenland was terechtgekomen, zo beïnvloedde ook de cultuur van de oorspronkelijke bewoners van Italië die van de Indogermaanse stammen die, eveneens uit het noorden komend, tussen het tweede en eerste millennium voor Christus, grote delen van Italië veroverden. Deze Italliërs werden de politiek beslissende factor op het schiereiland. In de begintijd waren ze echter cultureel ondergeschikt aan een ander volk: de Etrusken. We weten nog steeds niet zeker of deze hoogontwikkelde beschaving zijn oorsprong op het schiereiland had of dat het van elders is gekomen; feit is dat deze cultuur een grote invloed heeft gehad op de Italliërs, en vooral op hun kunst. In hun religie speelden de voorvaderverering en dodencultus een belangrijke rol; in dienst daarvan schiepen de Etrusken een beeldende kunst waarvan het naturalisme en de psychologische diepgang sterk op de Romeinen inwerkte. Zij probeerden namelijk, omdat ze het doel hadden de herinnering aan een overledene levend te houden, het uniek-menselijke in een portret vast te leggen. Dit geheel in tegenstelling met de Grieken, die juist het algemeen-menselijke, het ideaal wilden laten zien. De Etrusken hebben met hun oog voor het individuele de kunst van het westen een belangrijke impuls gegeven.
De tweede belangrijke daad van de Etrusken was dat zij de volken van Italië in contact brachten met de Griekse beschaving. Natuurlijk kwamen de Italliërs ook via kooplieden uit Griekenland of de Griekse koloniën in contact met de Griekse wereld maar het meest intensief gebeurde dat aanvankelijk toch via de Etrusken. In de tempelbouw, de godenbeelden en de wand- en vaasschilderkunst namen zij de Grieken als voorbeeld en leerden van hen; zelfs meesterwerken, zoals de Apollo van Veii of de kleurige grafschilderingen van Tarquinia, Cerveteri, Orvieto of Chiusi tonen duidelijk de Griekse invloed. Daarnaast mogen de meer authentieke Etruskische scheppingen niet vergeten worden: de Wolvin van het Kapitool en de Chimaera, de redenaar en het hoofd van een jongeman in het archeologisch museum te Florence.

De Romeinen, de sterkste en meest begaafde van de Italiaanse stammen, gingen in de leer bij de Etrusken en, via hen, bij de Grieken. Ze namen wat ze zagen echter niet klakkeloos over, maar voegden daar veel eigens aan toe. Toen de Etruskische beschaving ten onder ging, waren de Romeinen hun culturele erfgenamen. Later werden ze dat eveneens van de Grieken.
Vaak is beweerd dat de Romeinen alles maar klakkeloos kopieerden, maar dat is toch niet helemaal waar. Het is beter om te zeggen dat uit de combinatie van het eigene en het vreemde iets nieuws tevoorschijn kwam: de Grieks-Romeinse cultuur van het Romeinse rijk.
KeizerAugustus
Keizer augustus.

In de kunst onderscheiden zich de Romeinen op twee gebieden: de portretkunst en de gewelfbouw. De portretkunst kon ook bij de Romeinen gedijen dankzij de voorvadercultus. Ook in de prehistorische kunst van Italië zijn daar voorbeelden van, die wellicht invloed hebben gehad op de Romeinse kunst. Uit de Italiaanse ijzertijd, die naar een archeologische vindplaats Villanova-cultuur wordt genoemd, bezitten we zogenaamde gezichtsvazen: urnen die men tijdens het boetseren de trekken gaf van de daarin bijgezette dode. In de gewelfbouw hebben de Romeinen waarschijnlijk geleerd van oosterse culturen en wellicht ook van de Etrusken. Van de koepels van de Etruskische graven naar het Pantheon loopt een rechte ontwikkelingslijn. Toch hebben de Romeinen de gewelfbouw op een geheel eigen wijze doorontwikkeld tot de reusachtige kruisgewelven die we bijvoorbeeld zien in de thermen van Diocletianus. Hoe de architraafbouw, met zuilen en balken, en de gewelfbouw van de Romeinen tot architectonische eenheid samenvloeien is het beste te zien in het pantheon
In de Romeinse kunst verenigden zich alle kunststromingen van de antieke wereld. Toen het christendom deze wereld veroverde, nam het de vormentaal ervan over. In de beeldende kunst koos men sindsdien andere onderwerpen en werd de boodschap langzamerhand belangrijker dan de vorm; maar de bouwvormen van de oudste christelijke kerken komen rechtstreeks voort uit vorm van de antieke rechts- en markthal, de zogenaamde basilica.
Bron: Wolfgang Braunfels en Eckart Peterich, Kleine Italienische Kunstgeschichte, München, Paul List Verlag

Kunstwerken nader bekeken

Het Pantheon

Het merkwaardige gebouw op de afbeelding is het Pantheon in Rome. Het is gebouwd ca. 130 n.C.. Welke architect het gebouwd heeft is niet duidelijk. Wel wie de opdracht heeft gegeven, waarvoor het bestemd was en waarom het er nog staat. Erg veel overblijfselen van bouwkunst uit de Romeinse tijd zijn er niet, althans niet intact. De Porta Nigra te Trier staat en nog, de amfitheaters te Verona en te Nmes zijn zelfs nog in gebruik. In Rome zelf zijn de meeste paleizen, tempels en fora gesloopt en geplunderd. Dat deden niet alleen de vreemde legers die in Rome geweest zijn maar ook de Romeinen zelf. Toen het christendom de belangrijkste godsdienst was geworden, beschouwde men alle overblijfselen uit de republikeinse- en keizertijd als heidens en dus waardeloos. Al het metaal en marmer werd uit de gebouwen gesloopt voor de bouw van bijvoorbeeld basilica's, die toen de functie van kerk kregen. Het pantheon overleefde de sloopwoede omdat in de 8ste eeuw het gebouw als kerk in gebruik werd genomen.
Pan-theon betekent veel-goden. Het was dus een tempel die aan een aantal goden tegelijk was gewijd. Midden in de ruimte stond het beeld van Jupiter en in de nissen in de wand stonden beelden van onder andere Mars en Venus. Men investeerde erg veel middelen in de godenverering want behalve de bouw van tempels werden de beelden nog eens behangen met edelstenen. In de gedachtenwereld van de Romeinen speelden goden een grote rol.
De vruchtbaarheidsriten bijvoorbeeld, die bij de Grieken de Dionysische Ceremoniën waren, namen de Romeinen over als de Liberalia en Saturnalia die op den duur aan Bacchus werden gewijd, en waarvan de oorspronkelijke zin verloren ging tot er een ordinair bachanaal van over bleef. Diepgelovig waren de Romeinen tijdens de laatste eeuwen van hun rijk niet meer. Het Pantheon dateert echter nog uit de glorietijd van de Romeinen.
De bouwgeschiedenis is eigenlijk vreemd. Keizer Agrippa liet het Pantheon in 25 v.C.bouwen. Maar keizer Hadrianus reconstrueerde het hele complex waar het Pantheon deel van uitmaakte. Vandaar dat de voorhal opnieuw is aangebouwd en de tekst op de gevel bewijst dat ook; er staat:

M.AGRIPPA L.F.COS.TERTIUM FECIT

Dat betekent:"Marcus Agrippa, zoon van Lucius, liet dit bouwen in zijn derde consulaat". Maar... de bakstenen die in het gebouw verwerkt zijn hebben een jaartalstempel, dat was heel gewoon. De voorkomende jaartallen waren 120 /125 n.C. Met andere woorden: Hadrianus (die nooit zijn naam op gebouwen liet vermelden) liet op de reconstructie van het Pantheon, 150 jaar later, de oorspronkelijke tekst aanbrengen.
Romeinse architecten waren niet van ingenieurs te onderscheiden. Ze maakten carrière in het leger en werden dan ontwerper van bruggen, tempels, paleizen enz.
Pantheon Rome
Koepel van het Pantheon in Rome

De cella in deze tempel is niet rechthoekig, maar werd een groot cilindervormig gebouw dat een halve bol als dak kreeg. De voorhal past wel in de traditie; een fronton (driehoek) op een architraaf (balk) die op zuilen steunt. De ronde ruimte is groot en maakt een majestueuze indruk als je er binnenkomt. Er is eigenlijk maar één gebouw waar je kunt proeven welke kalme geestkracht de klassieke bouwkunst uitstraalde en dat is het Pantheon - de basilica van Maxentius en de thermen van Caracalla waren indrukwekkende gebouwen maar daar staan nog slechts delen van. De eenvoud van de bouwvorm werkt indrukwekkend. In het gebouw past precies een bol met een doorsnede van 43 meter. Het maken van een zo grote overspanning was een bouwkundige prestatie op zichzelf. Het licht komt door een open gat in het dak, de oculus van 8,92 m. Deze vorm van lichtinval werkt bijkans magisch op de ervaring van de ruimte.

De Romeinen kenden een paar nieuwe technieken en pasten die in het Pantheon toe:
  • het bouwen van bogen met wigvormige natuurstenen of bakstenen.
  • het storten van beton in een mal. Het beton werd gemaakt van tufsteen (uit de omgeving van Rome), puimsteen (vulkanisch en erg licht van gewicht) en travertijn (ook uit de omgeving). Als bindmiddel kende men cement (pozzuoliaarde).
De grote koepel van het Pantheon is dus gestort op aan mal en meteen zijn al gewichtbesparende cassetten meegegoten. Nu werkt zwaartekracht naar beneden dus om zo'n koepel op z'n plaats te houden moest men zware en dikke muren bouwen om uiteenvallen van de koepel te voorkomen. Dat uiteenvallen dreigde toch te gebeuren. Dat was de reden om extra muren aan te brengen rondom het gebouw.
Nu hangen in het gebouw nog de originele deuren maar de functie is intussen veranderd. Er liggen beroemde Italianen in begraven. De schilder Rafaël bijvoorbeeld en van staatswege de koningen Victor Emanuel II en Umberto I, men heeft er dus ook een mausoleum van gemaakt.

(zie ook: monumenten op het Marsveld )

Ara Pacis Augustae: het altaar van vrede

Ara Pacis Augustae
De Ara Pacis

Ara Pacis Augustae
De Ara Pacis

Altaren waren steenblokken om offers op te brengen. Ze hadden dus een functie in de religie. Later, in kerken, waren (en zijn) altaren tafels waar de eredienst aan wordt gevierd. Maar dit altaar van vrede was geen gewoon altaar. Het is gemaakt in opdracht van de senaat van Rome en werd opgedragen aan keizer Augustus omdat hij na een succesvolle militaire campagne in Gallië en Spanje eindelijk rust in het Romeinse rijk had gebracht. De eigenlijke altaartafel staat op een verhoging in het midden van het bouwwerk maar de omvang en de versiering van de Ara Pacis maken het pas echt interessant. Het is meer een herinneringsmonument dan een offerplaats. Op de wanden rondom is beeldhouwwerk aangebracht. Voor een deel is die gereconstrueerd omdat het hele altaar vrijwel verloren was gegaan. Het is in delen terug gevonden en weer in elkaar gezet. De bewaarde stukken geven een goede karakteristiek van de Romeinse beeldhouwkunst.
Het individu speelde in de Romeinse kunst een veel grotere rol dan in de Griekse kunst. Het portret kwam veel voor en zag er zeer realistisch uit. Veel kunstwerken werden door de consuls en keizers besteld om hun persoon nadrukkelijk een plaats te geven in de geschiedenis en de goodwill van het volk.
De beeldhouwers waren veelal Grieken die, in opdracht, kopieën maakten van Griekse beelden. Die werden door rijke Romeinen gekocht en verzameld. De originele beelden zijn bijna allemaal verloren gegaan maar door die kopieën is er nog veel van bekend. In technisch opzicht werkten de Romeinen niet anders dan de Grieken maar de strekking in de beeldhouwkunst was niet idealiserend maar realistisch bedoeld. De meest voorkomende wijze van uitbeelden was het reliëf. Door de grote bouwactiviteit was er ook erg veel decoratie nodig. Zo ook hier, op het Altaar van Augustus.
Op de korte zijden stonden scènes uit de geschiedenis van Rome. Verreweg het meest interessante is rechts aan de buitenkant te zien. Daar is een processie van priesters hoogwaardigheidsbekleders en leden van de keizerlijke familie afgebeeld. Augustus zelf staat er op, zijn vrouw Livia en zijn dochter Julia. De kleine kinderen zijn Germanicus en de latere keizer Claudius. De hele groep maakt een levensechte indruk. De groep wordt opgevuld met twee andere soorten personen: de lictoren en de priesters. De lictoren waren als het ware 'wegberijders', assistenten die de keizer vooruitgingen en overigens vergezelden. Ze waren herkenbaar aan de roedenbundel die ze in de hand houden. Daar hoorde ook nog een bijl bij die ook wel in de bundel gestoken, wordt afgebeeld. Die roedenbundel zou later het merkteken worden van de italiaanse fascisten. De priesters dragen eigenaardige kapjes met een punaisevormige punt er op.
De datum waarop het altaar werd ingewijd is exact bekend: 4 juli 13v.C.
De zuil van Trajanus

Ook Trajanus was ook ooit keizer, ca 113 n.C. Zijn officiële naam was Caesar Nerva Trajanus Augustus. Deze Trajanus heeft een forum laten bouwen. Meer keizers deden dat. Er zijn er verschillende aan elkaar gebouwd in de buurt van het Forum Romanum. Dit forum was een complex van gebouwen: een bibliotheek, een marktplein een tempel hoorden erbij. Dit forum lag wel ongunstig, namelijk direct tegen de heuvel Quirinalis. Een heuvelrug van 42 meter hoog moest worden afgegraven om een zekere eenheid en gelijk niveau in het stadscentrum te scheppen. De hoogte van de zuil van Trajanus, ook 42 meter, geeft dat nog aan. Het bijzondere aan de zuil is dat er een historische vertelling op staat. In een lange band reliëf-beeldhouwerk die om de schacht van de zuil omhoog slingert, kan iedereen (dus ook mensen die niet kunnen lezen) zien hoe de veldtocht tegen de Daciërs verlopen is. Dacië was het tegenwoordige Roemenië. De veldtocht was in het de jaren 101-103 en 107-108. Omdat het een vertellende uiteenzetting betreft, zijn er concessies gedaan aan de juiste proporties om de inhoud van de voorstelling duidelijk te maken.
De vraag is natuurlijk hoe men de voorstelling ver boven ooghoogte kon zien. Om de zuil stond een gebouw met enkele verdiepingen van waaruit men, rondgaand, de voorstelling kon aflezen. Op de zuil is erg veel informatie te vinden over het Romeinse krijgsbedrijf. De zuil staat op een voetstuk waarin vroeger in een gouden urn de as van Trajanus bijgezet was. Andere keizers werden begraven in een typische grafvorm: een aarden heuvel met een grafkamer er in. De tegenwoordige Engelenburcht was het mausoleum van keizer Hadrianus en ook het mausoleum van Augustus had die vorm. Op de zuil stond een beeld van de keizer maar dat is later vervangen door een beeld van de apostel Petrus. Het oorspronkelijke beeld is verdwenen in 363 n.C en het Petrusbeeld werd in 1587 geplaatst.

(zie ook: keizerfora )

Wanddecoraties
Door de toepassing van baksteen als bouwmateriaal moesten muren worden gepleisterd. Daar schilderde men dan met pigmenten fresco's op. Muren sleten natuurlijk niet maar vloeren des te meer. Op vloeren gebruikte men de mozaïektechniek. Een mozaïek is een ingelegd patroon van stukjes steen, glas en geglazuurd aardewerk. De Romeinen gebruikten vrijwel uitsluitend marmersoorten die bij steenhouwers volop, als afval, beschikbaar waren. Er werd eerst een ontwerp gemaakt. Dan werd de vloer glad gemaakt met een cementlaag. De figuren werden eerst in omtreklijnen aangebracht, vervolgens kleurig ingevuld en daarna werd de achtergrond volgelegd. Door de vele kleurnuances in marmer kon men plastiek aangeven in licht en donker. De voorstellingen werden uit de mythologie geput, uit het theater, of het dagelijks leven.
Een goedkope versie van ingelegde vloeren maakte men buiten: voor winkels en bedrijven werden met wit en zwart marmer eenvoudige voorstellingen ingelegd die bestonden uit naam en een 'vignet' van een schip, of handelsmerk.
(zie ook: Forum Romanum )

(zie ook: Circus Maximus )

(zie ook: Colosseum )

COPYRIGHT  2002    EMMAUSCOLLEGE.NL     J.BROUWER


Sites




BACK   Pagina precedente                   PRINT Stampa pagina                           HOME Home