kop
        Steun ons!       Vermelding op Belpaese.nl?

Rome: geschiedenis en kunst van de oudheid

Door: Wim Tromp Meesters


Stichting van de stad Rome

---
De wolvin die en Remus zoogt is het symbool van Rome.
*LIJN*
Tibereiland
Tibereiland en Pons Fabricius
(brug uit 62 v.C.).


Rome is gesticht door Romulus op 21 april in het jaar 753 v.C., zo luidt de officiële versie van het stichtingsverhaal (zie voetnoot). Nu zal die exacte datum en misschien ook de naam van de stichter en eerste koning wel niet helemaal met de historische werkelijkheid overeenkomen, maar een feit is wel dat zo rond het midden van de achtste eeuw voor Christus de dorpjes op de heuvels Palatijn, Capitool en Esquilijn voor het eerst één geheel gingen vormen. Ziedaar het eerste Rome, een aantal dorpjes van herders in hutten op een tufstenen plateau, doorsneden door wat moerassige riviertjes die uitkwamen in de Tiber.

De stad die Romulus bouwt wordt wel Roma Quadrata genoemd, het vierkante Rome, naar de vorm van zijn stadsmuur. Het is overigens waarschijnlijker dat hij geen muur heeft gebouwd, maar eerder met een ploeg een voor heeft gemaakt die de omtrek van zijn stad moest weergeven. Alles wat binnen die ploegvoor lag werd -ook later, in meer historische tijden- Pomerium genoemd, een heilig gebied, waarbinnen bijvoorbeeld geen wapens gedragen mochten worden, ook niet door soldaten, ook niet bij triomftochten. Verder mochten er binnen het pomerium geen begrafenissen plaatsvinden (met een enkele uitzondering. Romulus zelf ligt bijvoorbeeld op het Forum Romanum, zeker binnen het latere, uitgebreidere, pomerium).


Nu was dat dorp Rome wel heel strategisch gelegen. Juist op dit punt was de Tiber redelijk doorwaadbaar (zie ook de ligging van het Tibereiland). Er kruiste dan ook een belangrijke Noord-Zuid-gerichte weg de rivier. De voornaamste handelswaar die over die weg werd vervoerd was overigens het kostbare zout ('sal' in het Latijn), vandaar de naam Via Salaria. Deze weg bestaat nog steeds bestaat en is een drukke invalsweg van Rome.

Naast deze gunstige ligging bleek ook het feit dat het tufsteen, waaruit de Palatijn en alle omringende heuvels bestaat bijzonder makkelijk te bewerken is een factor van belang bij de groei van dit dorp.


De geschiedenis van Rome bestaat uit 3 hoofdperiodes:
© COPYRIGHT EMMAUSCOLLEGE ROTTERDAM W. TROMP MEESTERS

De koningstijd

In de eerste periode, de Koningstijd, breidde Rome zich uit van een eenvoudig dorpje tot een stad met aanzien en allure, maar alles nog op een zeer regionale schaal.

Romulus, traditioneel beschouwd als stichter en eerste koning had vooral veel te stellen met zijn directe buren, de Sabijnen (zie voetnoot). De Sabijnen bewoonden de heuvels ten Westen van de Palatijn, zoals de Quirinalis en de Viminalis. Langzamerhand kwam er een zo goede verstandhouding tussen de Latijnen van Romulus en de Sabijnen van koning Titus Tatius dat het moerassige gedeelte tussen de Palatijn en de andere twee genoemde heuvels een ontmoetingsplaats werd van beide volkeren. De ontmoetingen hadden vooral betrekking op het religieuze aspect. Er stonden veel kapelletjes, er was een heilige bron (van de nimf Juturna) en de plek werd gebruikt als begraafplaats.

Rome lag aan de zuidkant van het gebied van de Etrusken en werd aan het eind van de koningstijd min of meer een Etruskische stad, compleet met Etruskische koningen en vooral ook Etruskische gebruiken op het gebied van de godsdienst. De manier van de toekomst voorspellen door middel van vogelwaarnemingen of het 'schouwen van de ingewanden van offerdieren', waar de Romeinen zo dol op waren, is in feite puur Etruskisch.

Onder het bewind van de Etrusken -goede technici als ze waren en uitvinders van de constructie die 'tongewelf' heet- zou de gezamenlijke vallei gedraineerd worden en op die manier evolueren tot een ideale marktplaats: het Forum Romanum. De stad kon nu werkelijk aan zijn opmars beginnen. Je zou kunnen zeggen dat een riool -want wat is een drainage-systeem anders dan dat?- ten grondslag ligt aan de grootte van Rome. Dit Etruskisch riool -de Cloaca Maxima uit de 6e eeuw voor Christus- functioneert nog steeds. als je op het Forum loopt kun je -met wat geluk- op een bepaalde plaats het water nog zien lopen.


© COPYRIGHT EMMAUSCOLLEGE ROTTERDAM W. TROMP MEESTERS

De republiek

De laatste Etruskische koning, een zekere Tarquinius Superbus ('de Trotse'), was uitermate impopulair en werd dan ook -samen met zijn hele familie- de stad uitgejaagd, vooral door toedoen van een zekere Brutus. Dit gebeurde in het jaar 509 v.C. Brutus zorgde ervoor dat het staatsbestel grondig werd aangepast. De Romeinen hadden nu wel geleerd dat één man die lange tijd de macht heeft altijd moeilijkheden oplevert. Om dat te voorkomen bepaalden ze dat voortaan steeds twee mensen tegelijkertijd aan de macht moesten zijn, de zogenaamde consuls en dat deze twee niet langer dan één jaar hun ambt mochten uitoefenen. Bovendien werden ze gecontroleerd door een adviserende 'Raad der Ouden', de Senaat (van het woord 'senex', oude man) en een volksvergadering (Comitium geheten, van com-ire, bijeenkomen). Mocht er nu een noodgeval zijn (een hele erge oorlog of iets dergelijks) dan kon het wel eens nodig zijn om één sterke man aan te stellen, een dictator, maar voor niet meer dan zes maanden! Dit hele stelsel van maatregelen heette de Algemene Zaak, de Zaak-Die-Ieder-Aangaat oftewel de Res Publica, de Republiek.

In de praktijk kwam het er op neer dat de consuls wel veel macht hadden, maar de werkelijke politiek bepaald werd door de Senaat, eerst met 150 leden, daarna met 300. Deze Senaat zetelde in de zogenaamde Curia, een gebouw op het Forum Romanum. Het is voorstelbaar dat het volk niet erg blij was met deze Senaat-gedomineerde constructie en het eiste na verloop van tijd dan ook zijn recht. Na veel strijd tussen de bovenlaag, de zogenaamde patriciërs, en de armeren, de plebejers, werd het ambt van volkstribuun in het leven geroepen. Volkstribunen waren personen die de belangen van het volk moesten verdedigen. Ze hadden vetorecht en waren onschendbaar. Dit instituut zou later in de keizertijd nog goede diensten gaan verrichten voor de keizers.

Forum Romanum, Rome
Een suggestief hoekje van het Forum Romanum, Rome
*LIJN*

Ondertussen breidde de stad Rome zijn macht steeds meer uit. Dit gebeurde eerder uit behoefte aan veiligheid dan uit expansiedrift. Hoe het ook zij, het resultaat was dat langzamerhand het hele Italiaanse schiereiland onder invloed van de Romeinen kwam: de Etrusken in het Noorden en de Grieken die al eeuwen Zuid-Italië bewoonden waren uiteindelijk geen partij voor de Romeinse legioenen. Door deze uitbreidingen vormde Rome langzamerhand wel steeds meer een bedreiging voor de andere grootmacht in het Middellandse Zeegebied: Carthago. Deze stad (waar tegenwoordig Tunis ligt) had grote gebieden in Afrika en Spanje onder haar invloed. Geen wonder dat het op een gegeven moment botste. In de eerste Punische oorlog ('Punisch' betekent 'Phoenicisch', de Carthagers kwamen oorspronkelijk uit Phoenicië, het tegenwoordige Libanon) werd Sicilië veroverd, in de tweede ging Rome er zelf bijna aan. De Carthaagse veldheer Hannibal kwam met zijn strijdolifanten over de Alpen in een verrassingsaanval en versloeg de Romeinen een paar keer op indrukwekende wijze. Uiteindelijk durfde hij het niet aan om de stad Rome zelf in te nemen (wat hij volgens de meeste geleerden makkelijk had kunnen doen. hij was al op gezichtsafstand en veel tegenstand was er niet meer) en werd hij zelf in 202 v.C. teruggeroepen naar het vasteland van Afrika om daar slag te leveren met de Romeinse generaal Scipio. Die won.
Het gevolg van deze wapenfeiten was dat Rome geen tegenstander van formaat meer had (ook Griekenland werd in betrekkelijk korte tijd ingenomen, of 'bevrijd' zoals de Romeinen dat zelf noemden).
Eindelijk werd Rome volwassen en beschaafd. Tot dan toe waren de Romeinen uitstekende vechters geweest en in hun hart nog steeds uitstekende boeren, maar nu veranderde alles.
In de eerste plaats kwamen ze in contact met de hoog ontwikkelde cultuur van de Grieken. Alles wat ze in Griekenland zagen vonden de Romeinen prachtig! De beeldhouwkunst maakte enorme indruk (enorme aantallen Griekse beelden werden gekopieerd of geroofd), de filosofie werd bestudeerd, de literatuur en retorica werden bewonderd en nagedaan, talloze goed opgeleide Grieken werden als slaaf in Rome geïmporteerd en leerden de Romeinse kindertjes vloeiend Grieks spreken en schrijven. Kortom: de Romeinse cultuur werd zo Grieks als zij maar zijn kon.
In de tweede plaats waren de Romeinse boeren zo vaak verplicht geweest om in de legioenen te vechten dat ze geen tijd meer hadden om boer te zijn. Hun boerderijen verpauperden en zij zelf en hun familie ook. De rijkeren kochten veel van die boerderijen op om daarmee uitgestrekte landerijen te vormen. De boeren trokken en masse naar de grote stad -natuurlijk Rome zelf- en zorgden zo dat deze stad uitgroeide tot een stad van meer dan een miljoen inwoners, een volstrekt unicum in de Oudheid. Al deze paupers moesten natuurlijk wel te eten krijgen en tevreden gehouden worden, wat vooral in de Keizertijd resulteerde in het systeem van 'brood en spelen'. Zolang het volk gratis graan kreeg en verwend werd met Circus- en gladiatorenspelen was er verder niets aan de hand. Voordat de keizers deze taak op zich namen waren het de rijkere mensen, de zogenaamde patroni die de rol van weldoener vervulden voor hun clientes. In ruil voor deze steun verrichtten de clientes allerlei karweitjes voor hun patroon (onder andere politieke steun; het ging hierbij echter vooral om status: hoe meer clientes, des te meer status en dus invloed zo'n patronus had).

In de derde plaats kregen de succesvolle generaals veel meer invloed dan gedurende het begin van de Republiek. Vaak werden ze na een overwinning door hun mannen tot imperator uitgeroepen. Deze eretitel bracht geen echte macht met zich mee, maar was wel een teken voor de Senaat dat ze op moesten passen. Deze imperatores werden namelijk door hun soldaten -die thuis vaak toch geen boerderijen meer hadden- gezien als hun patronus. Hun loyaliteit lag dus bij hén en niet meer bij de staat, en al helemaal niet meer bij de Senaat. Deze generaals werden dus steeds gevaarlijker voor de Senaat en uiteindelijk niet echt meer controleerbaar. In feite begon deze ontwikkeling bij Scipio, de overwinnaar van Hannibal, maar kreeg echt bedreigende proporties in de figuren van Sulla, Marius, Pompeius en uiteindelijk Caesar. De burgeroorlogen die deze vier in de eerste eeuw voor Christus uitvochten tarten elke beschrijving: wreedheid op wreedheid, wetteloosheid, vervolgingen, totale chaos was troef. Bijna niemand was zijn leven of dat van zijn naasten zeker. Dit gold voor heel Italië, maar wel heel speciaal voor de Stad zelf. Wat Rome's vijanden niet hadden kunnen bereiken lukte Rome zelf bijna: de totale ondergang van de Eeuwige Stad.

Julius Caesar: dictator voor het leven en Augustus, stichter van het principaat

Julius Caesar
Julius Caesar
*LIJN*
---
Keizer Augustus.
*LIJN*
Degene die een voorlopig einde aan deze verschrikkelijke toestand wist te maken was Gaius Julius Caesar. Hij had z'n directe tegenstander Pompeius verslagen en had zichzelf tot 'dictator voor het leven' uitgeroepen. Dat laatste was op z'n minst zeer onverstandig van hem. Te veel Romeinen waren nog doordrongen van de belofte die Brutus ongeveer 450 jaar daarvoor had gedaan bij het verjagen van de laatste koning, de tiran Tarquinius Superbus: nooit meer één man langere tijd aan het bewind. In ieder geval niet langer dan 6 maanden, de maximum termijn voor een dictator.

Het gevolg bleef niet uit. vooraanstaande senatoren -waaronder wéér een Brutus- bereidden een samenzwering voor en onder het mom van het vragen van een gunst tijdens een Senaatszitting gingen ze met z'n allen om hem heen staan en staken toe. Het was de Idus (= de 15e) van Maart in het jaar 44 voor Christus.

In naam was Rome nu weer een republiek, maar in feite werden de oude burgeroorlogen met hernieuwde ijver, maar met ander hoofdrolspelers, weer opgenomen. Deze keer waren het vooral Marcus Antonius, de populaire jonge helper van Caesar, en een zekere Octavianus die de dienst uitmaakten. Octavianus was heel jong, 18 jaar nog maar, maar bij testament wèl door Julius Caesar aangewezen als zijn geadopteerde zoon en dus als zijn erfgenaam.

Wat niemand had verwacht gebeurde toch: Octavianus won de strijd, met hulp van zijn oudere vriend en helper Marcus Agrippa, die vooral het militaire werk opknapte. Hij versloeg Marcus Antonius en diens geliefde, koningin Cleopatra, en maakte aldus in 31 v.C. een definitief einde aan de burgeroorlogen.

Dat hij slaagde waar zijn adoptie-vader Julius Caesar faalde is vooral te danken aan het voorzichtige optreden van deze Octavianus ten opzichte van de oude instellingen van de republiek. Hij liet zich niet tot dictator uitroepen, zelfs niet voor zes maanden, hij was niet jaar na jaar na jaar consul. Nee hij volstond met een paar maatregelen die hem stukje bij beetje meer zekerheid gaven: Eén van die maatregelen was het aannemen van de permanente tribunicia potestas, oftewel de onschendbaarheid van de volkstribunen: hij kon nu niet meer worden aangeklaagd. Een andere maatregel was het aannemen van de titel princeps, wat zoveel betekent als 'eerste onder de senatoren' (van primus, eerste en caput, hoofd; ons woord 'prins' komt hiervandaan). Hij wilde hiermee duidelijk maken dat hij heus niet meer was dan de anderen, nee, hij was gewoon één met de senatoren (al was hij dan wel de belangrijkste).

Deze maatregelen deden hun werk: Augustus -de erenaam die Octavianus later van de Senaat kreeg; het betekent 'Verhevene'- zorgde voor stabiliteit en vrede, hij was de insteller van de Pax Augusta, de Verheven Vrede, en de mensen waren hem daar zielsdankbaar voor (zie voetnoot).


Wat gebeurde er ondertussen met de stad zelf?

---
Het forum van keizer Augustus.
*LIJN*
In de eerste plaats was het Forum Romanum niet meer geschikt voor de functie die het oorspronkelijk had: een marktplaats te zijn, waar spullen werden verhandeld. In de loop der tijd was het hele plein volgebouwd met tempels en gebouwen die meer met het bestuur van de stad te maken hadden dan met de pure handel. Caesar had dit al ingezien en besloot pal achter het oude Forum een nieuw marktplein aan te leggen: het Forum van Caesar. Deze trend werd voortgezet door zijn opvolgers: achtereenvolgens verrees er een Forum van Augustus, van Vespasianus, van Nerva en ten slotte een van keizer Trajanus, het prachtige Novum Forum, allemaal vlak naast elkaar gelegen aan de Noordkant van het Forum Romanum. Overigens moet men zich wel realiseren dat de pracht van deze Keizerlijke Fora waarschijnlijk in schril contrast stond met de wijken daarachter. Keizer Augustus had zijn Forum aan één kant helemaal af laten zetten met een solide brandwerende muur. Achter het marktplein begon namelijk de Subura, een afzichtelijke achterbuurt, met hoge flatgebouwen (de onderste verdieping van steen, daarboven alles van hout) en hele smalle straatjes, waar iedereen zijn afval in kon gooien en vooral 's nachts niemand zijn leven zeker was. De nieuwbakken keizer had voor zijn nieuwe mooie marktplein weinig behoefte aan een overslaande brand uit deze jammerlijke hellekrochten.

Verder was er nòg een belangrijke verandering gaande in de stadsplanning van die tijd. Tot ongeveer het einde van de Republiek was het niet gebruikelijk om wat dan ook te gaan bouwen in het stadsgedeelte àchter het Capitool. Daar lag een veld, wat in oude tijden gebruikt was als oefenplaats voor het leger. Misschien dat het daarom ook het Campus Martius werd genoemd, het veld van Mars, de oorlogsgod. In de eerste eeuw voor Christus veranderde dat. Pompeius had er zijn theater neergezet en Augustus had helemaal grootse plannen: een altaar voor de vrede (de eerder genoemde Pax Augusta), zijn eigen Mausoleum, een levensgrote zonnewijzer (met een echte Egyptische obelisk als 'wijzer'), een plaats waar verkiezingen gehouden konden worden. Zijn vriend en helper Agrippa bouwde er een tempel voor alle goden, het Pantheon, een thermencomplex, een aquaduct (de huidige Trevi-fontein is een directe afstammeling van zijn aquaduct) en een kunstmatig meer (op de plaats waar nu de kerk San Andrea della Valle staat). Ook latere keizers lieten zich niet onbetuigd en langzamerhand raakte de hele Campus Martius vol met de prachtigste gebouwen. Het is niet voor niets dat keizer Augustus trots verklaarde 'een stad van baksteen te hebben aangetroffen aan het begin van zijn regering en haar achter te hebben gelaten als een stad van marmer.' Het is logisch dat hij het dan niet heeft over de Subura, die wijk pal achter zijn eigen Forum.
© COPYRIGHT W. TROMP MEESTERS


De Keizertijd

De dood van Augustus (in 14 nC., na een regeerperiode van meer dan 40 jaar!) bracht natuurlijk de vraag met zich mee: wat nu? De oude republiek herstellen met alle gevaren van een burgeroorlog van dien of moest men kiezen voor de onvrijheid maar toch ook relatieve veiligheid van het principaat, ook al leek die staatsvorm nu toch wel erg op het koningsschap? Eigenlijk was het geen vraag. Diverse lieden uit Augustus' familie hadden zich in de loop der jaren al warm gelopen voor diens opvolging. Van al dezen bleef er maar één kandidaat over: Tiberius, Livia's zoon uit een eerder huwelijk (de rest werd door Livia, Augustus' vrouw en een erkend loeder, terzijde geschoven c.q. uit de weg geruimd). Met hem was de keizerlijke erfopvolging een feit. Tiberius was weliswaar uiterst knorrig, maar zeer capabel, iets wat we niet van alle keizers uit het huis van Augustus kunnen zeggen (het Julisch-Claudische huis, vandaar dat deze keizers de Julisch-Claudische keizers heten). Tiberius'opvolger heette Gaius, maar werd Caligula ('Soldatenlaarsje') genoemd omdat hij als klein jongetje altijd zo parmantig in zijn mini-uniformpje door het legerkamp van zijn vader struinde. Caligula was megalomaan en gek. Hij werd dan ook spoedig door zijn eigen soldaten vermoord. Caligula's opvolger heette Claudius, min of meer toevallig door de soldaten van de keizerlijke garde tot keizer gemaakt. Claudius was oud, kreupel, hij stotterde en had meer belangstelling voor de wetenschap dan voor regeren. Toch deed hij dat laatste heel goed. Hij werd vermoord door zijn eigen vrouw Agrippina (met een vergiftigde paddestoel) omdat zij graag haar eigen zoontje uit een eerder huwelijk op de troon zag. Nero heette het manneke.

Nero had behoefte aan 'Lebensraum' toen hij eenmaal op de troon zat en liet daartoe in het jaar 64 n.C. hele wijken van Rome platbranden. Dat hadden de Christenen gedaan, zo zei hij desgevraagd. Rare lui met een raar godsdienstje. In ieder geval had hij nu een prachtige ruimte om een heel fijn paleis neer te zetten. Dat paleis werd de Domus Aurea, het Gouden Huis. We moeten hier eerder spreken over een paleizen-complex dan over een enkel paleis. het strekte zich uit van de Palatijn tot aan een andere heuvel, de Esquilijn, en bevatte behalve de meest luxueuze gebouwen ook nog een kunstmatig meer, tuinen en bossages. Het was eerder een reusachtig landgoed midden in de stad dan een paleis. Als toppunt had Nero een kolossaal groot beeld (44 m. hoog) van zichzelf laten maken in de gedaante van de zonnegod. Dat beeld stond bij het kunstmatige meer. (Op de plaats van het meer zou een aantal jaren later het Colosseum verrijzen. Dat theater heette eigenlijk 'Amphithetrum Flavium', maar kreeg in de middeleeuwen de naam waaronder wij het kennen: theater van de kolossus, het beeld dus.) Na Nero's zelfmoord (een daad die alleen maar verstandig was gezien zijn zeer snel dalende populariteit) werd het Gouden Huis voor een gedeelte weer afgebroken. Niemand wilde meer met hem in verband worden gebracht. Hij was overigens de laatste keizer uit het Julisch-Claudische huis.

De keizers uit het huis van Flavius (de Flavische keizers) waren Vespasianus, Titus -bekend van de verovering van Jeruzalem en de daaruit resulterende triomfboog op het Forum Romanum- en Domitianus. Deze laatste keizer -een gehaat despoot- liet een enorm paleis neerzetten op de Palatijn. Sinds Republikeinse tijden was deze heuvel altijd in trek bij het beter gesitueerde deel van de bevolking en ook Augustus en Tiberius hadden er behoorlijk gebouwd. Wat deze man echter liet zien sloeg alles: De Domus Flavia en Domus Augustana (feitelijk twee onderdelen van hetzelfde complex) zorgden er pas ècht voor dat de woorden 'Palatijn' en 'paleis' met elkaar werden verbonden. Daarnaast was hij ook de opdrachtgever voor het aanleggen van een Stadium, een renbaan, op het Campus Martius. De langgerekte, ovale vorm daarvan is nog duidelijk zichtbaar in de Piazza Navona.

---
De boog van Titus ophet Forum Romanum. .Gebouwd onder keizer Domitianus (81) ter ere van de overwinningen van Titus en Vespasianus op de joden en de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.C. Afgebeeld is Titus op zijn zegewagen die door vier paarden wordt getrokken.
** PLEASE DESCRIBE THIS IMAGE **
---
Kopie van het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius. Het origineel is gerestaureerd en staat in het Capitolijns museum.
Links de klokkentoren (1582) van het Palazzo Senatorio.
*LIJN*
Santa Maria degli Angeli, Rome
De kerk Santa Maria degli Angeli is ingericht in het tepidarium van de romeinse Thermen van Diocletianus (door Michelangelo 1563-66).
*LIJN*

Ook deze tiran werd vermoord en ook bij hem besloot de Senaat tot een zogenaamde damnatio memoriae, net als eerder bij Caligula en Nero. Dat wil zeggen dat al zijn afbeeldingen en alle inscripties waar zijn naam in voorkwam vernietigd moesten worden. Dit is het tegenovergestelde van een apotheosis, vergoddelijking, wat de Senaat deed als ze achteraf tevreden waren over de overleden keizer. Het gebruik was ontstaan bij Julius Caesar, die meteen na zijn dood tot god werd verklaard. Ook Augustus kreeg postuum deze eer, later werd het bijna standaard. Zo'n vergoddelijkte keizer werd dan divus, vergoddelijkt genoemd. De keizer als een god vereren tijdens zijn leven ging nog te ver (al scheen Domitianus er niet vies van te zijn geweest).
Over de keizers na hem kunnen we wat korter zijn: Nerva regeerde te kort om indruk te maken, Trajanus komt nog uitgebreid aan de orde bij het beschrijven van de vele bouwwerken die hij heeft nagelaten. Onder zijn heerschappij bereikte het Imperium Romanum zijn grootste omvang: van Britannia tot aan de Euphraat en de Tigris, Egypte: alles was Romeins. Zijn opvolger Hadrianus komt ook nog uitgebreid ter sprake, met name als bouwer van het Pantheon vlak bij de Piazza Navona. Het bewind van Antoninus Pius kenmerkte zich door een bijna adembenemende rust. Marcus Aurelius is vooral bekend als de grote filosoof/keizer en door het feit dat zijn ruiterstandbeeld zich op het Capitool bevindt (tegenwoordig in kopie, het origineel -veel mooier- staat binnen in het museum).
Hierna (Marcus Aurelius sterft in A.D.180) is het eigenlijk wel afgelopen met de aansprekende keizers. Dat wil zeggen: met uitzondering van keizer Constantijn de Grote in het begin van de 4e eeuw. In zijn tijd was het rijk gesplitst in een Oostelijk en Westelijk deel. er was dus een keizer voor Oost en één voor West. Constantijn kreeg het voor elkaar om eerst af te rekenen met zijn Westelijke rivaal Maxentius en daarna het rijk weer te verenigen in één hand. Bekend is hij natuurlijk vooral geworden omdat hij als eerste keizer het Christendom tot staatsgodsdienst gemaakt zou hebben. Nu is dat niet helemaal waar, maar dat hij de Christenen (om welke reden dan ook) een warm hart toedroeg is duidelijk. Dat was voor hen ook wel weer eens prettig. Verder is hij befaamd als stichter van Constantinopel, 'de stad van Constantijn' op de plaats waar eerst het stadje Byzantion lag. (Later zou de stad weer Byzantium gaan heten en nog later Istanbul. Deze laatste naam is overigens eigenlijk een Grieks: "eis tèn polin", betekent 'naar de stad'). Voor de stad Rome was dit laatste bepaald ongunstig. Het zwaartepunt van de macht lag al niet meer in de stad der steden omdat eerdere keizers onder andere Ravenna al veel geschikter hadden gevonden. Maar met deze nieuwe hoofdstad in het Oosten ging echt veel van de macht en pracht van het keizerlijk hof voor Rome verloren. Het is al enigszins te zien aan de triomfboog die Constantijn voor zichzelf liet oprichten vlak bij het Colosseum: het merendeel van het beeldhouwwerk is afkomstig van monumenten van zijn voorgangers. De reliëfs die wel uit Constantijns eigen tijd stammen zijn duidelijk veel minder van kwaliteit. Nee voor de ware pracht en praal moeten we in het Oosten, en niet meer in Rome zijn.
Als Rome aan het einde van de 5e eeuw in de klauwen van Germaanse en Gotische stammen is geraakt en ten prooi is gevallen aan plunderingen en brandschattingen van deze barbaren is er van Augustus' 'Rome van marmer' niet veel meer over.

Laten we de Theoderics en Alarics en al die andere Vandalen die de eeuwige stad uiteindelijk onder de voet hebben gelopen overigens wèl in het juiste licht beschouwen: zij waren vaak nog zó onder de indruk van de grootheid van Rome, hadden kennelijk zoveel beschaving meegekregen van het Rijk dat zij zelf net hadden vernietigd dat ze veel gebouwen hebben gespaard. Dat laatste kan niet worden gezegd van sommige Pausen. Kerkvorsten van hoge beschaving die leefden in een tijd waarin juist de grootheid van Rome weer opnieuw ontdekt werd na de donkere tijd van de Middeleeuwen hadden veel minder scrupules met de Antieken. Zeer veel monumenten die er na al die eeuwen nog vrijwel puntgaaf bij stonden zijn er door hen, bij voorbeeld voor de bouw van de Sint Pieter in record-tempo vernield...
Gespaard door de barbaren, geplunderd door de Pausen. Sic transit gloria mundi, zoals de Ouden reeds zeiden...


Beschrijving van de belangrijkste Romeinse monumenten

Het Forum Romanum en de Palatijn

Het Forum Romanum

Forum Romanum, Rome
Forum Romanum, Rome.
*LIJN*
Forum Romanum, Rome
Forum Romanum. Rechts op de foto de curia.
*LIJN*
Het meest interessante en tevens moeilijkst te doorgronden stukje Rome. Hier is zo veel gebeurd en zo veel gebouwd -en daarna ook weer zo veel verbrand en vernield- dat het haast niet mogelijk is in één bezoek een goed beeld te krijgen van het belang en de grandeur van deze plaats. We raden je daarom ook zeker aan alles goed te bekijken en in je op te nemen, maar vooral ook nog een (paar) keer terug te keren. Steeds ontdek je wel weer iets nieuws, ook na de twintigste keer.
Het is het verstandigst het bezoek aan het Forum te beginnen op de plaats die vanaf het begin van de stad Rome het belangrijkste was: de noord-westkant, bij de triomfboog van Septimius Severus (die met de drie poorten, bij het Capitool). Het was in deze hoek dat er al in de koningstijd een vergaderplaats voor het volk: de Comitium en één voor de Senaat was: de Curia. De Curia, Comitium en Rostra
Het Senaatsgebouw dat er nu staat heet volledig de Curia Julia omdat Julius Caesar hem heeft laten bouwen, direct aanpalend aan zijn eigen Forum. Hij heeft hem echter nooit in gebruik gezien... voordat dit gebouw voltooid was had hij zelf al het leven gelaten. Keizer Augustus heeft het af laten bouwen en sinds die tijd is het -afgezien van een aantal restauraties- steeds hetzelfde gebleven. Je moet wèl bedenken dat dit gebouw -zoals zovele andere- helemaal bedekt was met marmeren platen. In de Renaissance had men echter het marmer nodig en dus... Wat je nu ziet is in feite de bakstenen kern van de muur. Het interieur bleef ook hetzelfde: de treden aan weerskanten werden gebruikt om stoelen op te zetten voor de 300 Senatoren. Toen er later meer bijkwamen moesten de nieuwkomers maar achteraan gaan staan. Achterin is een podiumpje voor de voorzitter van de vergadering: vaak de keizer. Stemmen deed men door middel van 'discessio', uiteengaan: na afloop van de redevoeringen over een bepaald voorstel ging men links of rechts staan al naar gelang de groep waar men het mee eens was. Zo werd vaak in één oogopslag duidelijk hoe de stemming lag.
In de vroege Middeleeuwen (VIIe eeuw) werd het gebouw aan de heilige Hadrianus gewijd en in gebruik genomen als kerk. Dat heeft het voor afbraak behoed -weer: zoals zovele andere antieke gebouwen in Rome. (Overigens moest de vloer na verloop van tijd wel 4 meter verhoogd worden om het grondoppervlak buiten en binnen te laten overeenkomen: zoveel was het straatniveau gestegen. Dat wordt ook duidelijk als je naar de straat net buiten het Forum kijkt: ook die ligt veel hoger dan het Forum zelf.
Van de vergaderplaats voor het volk, de Comitium, is niet veel meer over. Oorspronkelijk was het een rond pleintje voor de Curia. Tegenover de Curia was een podium, waar de magistraten (volkstribunen!) hun redevoeringen konden houden. Na de zeeslag bij Antium in 338 v.C. van de Romeinen tegen de Latijnen (die Rome's macht te zeer zagen groeien) werden de voorstevens (Latijn: rostra) van de overwonnen schepen afgezaagd en in triomf mee naar Rome genomen. Daar werden ze aan dit podium vastgemaakt. Sindsdien heet zo'n podium ook 'rostra'. Julius Caesar heeft het hele complex van Curia en Comitium op de schop genomen. Hij heeft eerst zijn eigen Curia gebouwd en daarna ook nog de rostra verplaatst richting het Capitool. De rostra die je daar ziet staan is overigens weer de opvolger van die Juliaanse rostra: keizer Augustus liet dit exemplaar neerzetten.

Rest ons nog melding te maken van de Lapis niger, de zwarte steen, een stuk vierkant plaveisel van zwarte steen. Dit is één van de oudste plaatsen van het Forum, een soort magisch centrum van de stad. Het belangrijkste deel van deze plek ligt onder het zwarte plaveisel, namelijk een altaar van de god Vulcanus, met een steen met inscriptie. Deze inscriptie is het oudste bekende Latijn. Het stamt uit de vroege koningstijd. De inscriptie beschrijft de handelingen die de koning (rex) moest verrichten bij dit altaar. Volgens sommige auteurs zou dit de plaats zijn waar Romulus door een stel ontevreden senatoren is vermoord (niet begraven, zoals het bordje zegt!). Boog van Septimius Severus en directe omgeving


---
Detail van de boog van Septimius Severus (203).
*LIJN*
Uit een heel andere tijd is deze beroemde triomfboog van keizer Septimius Severus. Deze keizer heeft hem in het jaar 203 n.C. hier neer laten zetten als herdenkingsteken van zijn overwinning op de Parthen. Het was sinds de tijden van de Republiek al gebruikelijk voor een overwinnende generaal om toestemming te vragen voor een triomftocht over de Via Sacra van het Forum en die dan het liefst onder een speciale ereboog moest doorlopen. Zo'n ereboog werd later in steen vervaardigd en als een blijvende herinnering aan die speciale overwinning gehandhaafd. Er staan er nu nog twee op het Forum: deze en die van keizer Titus vanwege zijn overwinning op de Joden in Jeruzalem. In de Oudheid stonden er ook nog twee van Augustus. De twee langwerpige gebouwen aan de noord- en zuidkant van het Forum zijn zogenaamde basilica's: grote openbare ruimtes, waar van alles kon plaatsvinden, maar waar meestal handel werd gedreven en recht werd gesproken. De binnenruimte was dan meestal in compartimenten verdeeld door grote gordijnen. De twee basilica's aan deze kant van het Forum zijn van een tamelijk vroege datum. Meer naar het oosten staat nog een (deel van) een basilica: die van Maxentius of Constantijn uit de late Oudheid. Aan dit laatste voorbeeld is goed te zien dat de vroege Christenen - toen hun godsdienst eenmaal tot staatsgodsdienst was uitgeroepen - deze bouwwijze hebben gekopieerd voor hun eigen gebedsruimtes: de vroege Christelijke kerken (bijvoorbeeld de Santa Maria Maggiore, maar ook de Sint Pieter) zijn allemaal van het basilica-type.

In het midden van het Forum bevindt zich de regia. Dit huisje is datgene wat over is van het huis van de koning (rex) uit de oudste tijd. Oorspronkelijk was dit koninklijk paleis natuurlijk veel groter dan wat er nu van over is: het reikte tot aan de tempel van Romulus in het Noorden en het huis van de Vestaalse maagden in het Zuiden. Ook het Domus Publica (het openbare huis), waar o.a. Caesar woonde tot op de dag dat hij werd vermoord hoorde ooit bij de koninklijke vertrekken.

De rex en de regia; de tempel van Vesta en de Vestaalse maagden


De figuur van de koning had, behalve een bestuurlijke taak, ook de plicht gehad om de belangrijkste religieuze handelingen in de staat te verzorgen. Het welzijn van de staat was namelijk in hoge mate afhankelijk van de natuurlijke (groei-)kracht van de koning. De koning zorgde er uiteindelijk voor dat het graan groeide, de koeien en geiten melk gaven, etc. Het is dan ook logisch dat de koning de relatie met de goden moest onderhouden. Hij was dus ook de belangrijkste priester. Hij werd in zijn religieuze taken bijgestaan door meisjes uit zijn eigen familie. zij moesten zorgen voor het vuur van Vesta, de godin van het haardvuur. Zoals ieder huis zijn eigen haardvuur had, symbool voor beschutting en beschaving, zo had de stad Rome ook zijn eigen haardvuur: Het vuur in de tempel van Vesta. Dit vuur moest altijd blijven branden. Toen de koningen verdreven waren moest de religieuze traditie toch doorgang vinden. iets van de rex moest er bewaard blijven, vandaar de instelling van het ambt van Pontifex Maximus, de Belangrijkste Bruggenbouwer, oftewel de Opperpriester. Caesar was zo'n Pontifex Maximus, vandaar zijn woonplaats op het Forum, bij de regia. (Overigens worden de Pausen in Latijnse inscripties nog steeds Pontifex Maximus genoemd, let maar eens op bij de Sint Pieter) De koninklijke meisjes die voor Vesta's vuur moesten zorgen werden bij de instelling van de Republiek vervangen door zes vrouwen van adellijke komaf: de Vestaalse maagden. Ze deden dienst als priesteres vanaf een jaar of 6-10 en waren 30 jaar in functie. Daarna mochten ze trouwen. Tijdens hun priesterschap waren ze gebonden aan een eed van kuisheid. Als ze die braken konden ze ter dood worden gebracht en werden ze levend begraven. Hun partner-in-crime werd dan op het Comitium doodgegeseld.

De tempels van het Forum

Forum Romanum, Rome
Forum Romanum (Rome, Latium, ItaliŽ).
*LIJN*
Forim Romanum, Rome
Restanten van de tempel van Vesta op het Forum Romanum
*LIJN*
Het Forum was niet alleen het bestuurlijke centrum van het Rijk, maar vooral ook het religieuze. de tempels die hier stonden moeten worden gerekend tot de belangrijkste in het hele Imperium Romanum. De allerbelangrijkste, die van Jupiter Optimus Maximus, Juno en Minerva op het Capitool (en daarom ook wel de tempel van Jupiter Capitolinus genoemd) is niet meer te bezichtigen. bij de invallen van de barbaren is hij volledig met de grond gelijk gemaakt.

Van de volgende tempels zijn de overblijfselen nog wel te zien:


Rome
Schaalmodel van het centrum Rome in de tijd van Constantijn.
*LIJN*

De Palatijn

De Palatijn (of Palatium of Mons Palatinus) is de heuvel die -zowel volgens de legende van Romulus en Remus als volgens de archeologische vondsten- de oudst bewoonde heuvel in Rome is (zie inleiding).
Het dorpje van Romulus is gesticht op de zuid-oost kant van de heuvel, in de buurt van de plaats waar de Wolvin de tweeling heeft gevonden. Er zijn nog paalgaten zichtbaar van de hutten die daar in de 8e eeuw v.C. hebben gestaan. In de buurt van die hutresten heeft keizer Augustus een eigen huis gekocht en omgevormd tot zijn residentie en dat van zijn vrouw Livia.

Het zal niet verbazen dat deze twee naburige huizen tamelijk luxueus waren ingericht (het huis van Livia is nog te bezichtigen. In het Thermen-museum zijn heel mooie mozaïeken en fresco's uit dit huis tentoongesteld). 'Paleizen' in de moderne betekenis van het woord waren het echter zeker nog niet. Het huis van zijn opvolger Tiberius, de Domus Tiberiana tegen het Forum aan leek daar meer op, maar een ècht paleis (het woord is inderdaad afgeleid van de naam van deze heuvel) werd pas het huis van keizer Domitianus (keizer AD 81-96). Dit complex behelsde de Domus Flavia, het officiële paleis, en de Domus Augustana, meer de privé-villa van de keizer. Een kort overzicht van de belangrijkste ruimtes:


Domus Flavia
Domus Flavia
---
Domus Augustana
Domus Augustana
---

In de Domus Flavia: - de Aula Regia (Koninklijke Hal): voor zijn functie als keizer het belangrijkste vertrek van Domitianus' paleis: Hier werden buitenlandse vorsten ontvangen, belangrijke vergaderingen werden hier uitgeschreven. Alles moest grandeur en majesteit uitstralen: het veelkleurige marmer tegen de muren en op de grond, de zuilen, de nissen voor standbeelden aan de zijkanten, maar vooral de absis aan de verste korte kant, waarin de troon van de keizer stond. Twee kolossale beelden van Hercules en Apollo zijn in de 18e eeuw opgegraven en stonden ooit in dit fantastische bouwwerk. - Ten zuiden van de Aula Regia was een open ruimte met een achthoekige fontein in het midden en zuilengalerijen rondom. De wanden waren met zeer glad, spiegelend marmer bekleed. Domitianus was gewoon om veel tijd in deze ruimte (door hem 'Sicilië' genoemd) door te brengen. Aangezien hij zeer wantrouwig was en altijd bedacht op een aanslag wilde hij weten wat er achter zijn rug gebeurde, vandaar dat spiegelende marmer. Het heeft hem overigens niet geholpen: zijn dood was verre van natuurlijk (en daar wisten zowel zijn vrouw als zijn opvolger hoogstwaarschijnlijk meer van af) De plaats van de achthoekige fontein wordt aangegeven door een heg in dezelfde vorm. - Daarachter, meer in de richting van het Circus Maximus lag het Triclinium, ook wel Coenatio Iovis (eetzaal van Jupiter) genoemd. Hier werden maaltijden georganiseerd die eigenlijk vooral bedoeld waren om indruk te maken: veel luxe en verfijnde maaltijden, de zogenaamde ambrosiae dapes, godendiners. Er was een podium voor de keizer zodat hij zich kon onderscheiden van het volk. Een deel van de vloer is nog over: veelkleurig marmer en vloerverwarming. Opzij zie je een ovale bakstenen structuur. Dit is het overblijfsel van een zogenaamd nymfeum: een fontein om de gasten wat verkoeling te schenken.


De Domus Augustana: Dit deel van Domitianus' paleis was gepland als privé-woning, maar besloeg ongeveer tweemaal zoveel ruimte als de Domus Flavia. Het bestond uit twee niveaus: boven waren twee peristylia (kamers rondom een vierkante tuin. Rond de tuin, en dus voor de kamers, liep een zuilengalerij. Het Grieks woord voor 'zuil' is stylos; peri betekent 'rondom', vandaar de naam). Als je vanuit het tweede peristylium naar beneden kijkt zie je wat het mooiste gedeelte van het hele paleis was: een laaggelegen vijver met platformen er in voor beelden en planten, symmetrisch gevormde kanaaltjes er in uitgespaard, vermoedelijk waren er fonteinen aan toegevoegd. Hieromheen waren twee verdiepingen, aan de kant van de vijver omgeven door zuilengalerijen (dit gedeelte heet dan ook het Lage Peristylium. Bij dit lage peristylium lagen de woonkamers van de keizer. Je moet je voorstellen dat alles weer was bedekt met fresco's en gekleurd marmer. Vanuit de halfronde constructie (exedra) aan de Zuidkant kon Domitianus de wagenrennen in het Circus Maximus bekijken.

Het Hippodroom of Stadium Het woord 'hippodroom' betekent eigenlijk 'paardenrenbaan' maar de geringe omvang van het hippodroom op de Palatijn maakt al duidelijk dat daar in dit geval geen sprake van kan zijn. We weten dat in andere gevallen zo'n hippodroom werd gebruikt als een kunstmatige tuin/kas. er werden zeldzame planten in gekweekt, paadjes aangelegd en vooral ook beelden neergezet. Ook hier zal dat het geval zijn geweest. De meeste beelden die in het Museum van de Palatijn staan zijn hier gevonden. We weten overigens ook dat een latere keizer, Heliogabalus geheten, een berg sneeuw liet neerzetten in het Hippodroom, midden in de zomer. De betekenis van de ovale structuur aan het eind van het hippodroom weten we niet. Hij is er aangebracht door de eerste Germaanse koning van Rome, Theoderic, die ook op de Palatijn woonde.


Het Circus Maximus Circus Maximus

De Romeinen waren gek op sport. Niet zozeer om er aan mee te doen, als wel om naar te kijken. De twee populairste sporten waren wagenrennen en gladiatorenspelen. Beide sporten werden van oudsher gehouden in het Circus Maximus, net buiten de oude stad. Er waren aanvankelijk meerdere plaatsen waar ze werden georganiseerd: Gladiatorenspelen vooral op het Forum, wagenrennen in de Circus Flaminius op het Campus Martius. Na de bouw van het Colosseum kreeg die 'sporttempel' vrijwel het monopolie op de galdiatorenspelen. Het Circus Maximus als renbaan bleef concurrentie houden van een aantal andere renbanen: van Nero op de heuvel Vaticanus (waar nu de Sint Pieter staat) en van Domitianus op de Campus Martius (het huidige Piazza Navona: in de vorm van het plein is de oude functie nog zichtbaar). Het Circus Maximus bleef echter voor wagenrennen verreweg het belangrijkste.
Oorspronkelijk waren de tribunes en starthekken van hout. Dit duurde tot aan de keizertijd. Met name keizer Trajanus (keizer AD 98-117) heeft hier veel werk laten verzetten. Hij bouwde tegen de Palatijn gewelven, zodat daar de stenen tribunes op konden worden geplaatst. (De renbaan zelf lijkt uitgegraven, maar dat is gezichtsbedrog. in feite zijn de tribunes dus kunstmatig opgehoogd). Er konden 385.000 toeschouwers op plaatsnemen (vergelijk het Colosseum: 50.000; De Kuip in Rotterdam na renovatie: 75.000).
In het midden was een richel van 344 m. neergezet, de spina (eigenlijk 'graat'). Daarop stonden allerlei attributen, onder ander 7 bronzen eieren (anderen zeggen dolfijnen) die om een as konden draaien. Na elke ronde lieten ze zo'n dolfijn kantelen. Op die manier konden de toeschouwers de tel bijhouden. De wagenmenners hadden dus zeven ronden te gaan. Augustus liet op het midden van de spina een originele obelisk uit Egypte uit de tijd van Ramses II (13e eeuw v.C.) neerzetten, natuurlijk weer als propagandamiddel: Egypte was nu een Romeinse provincie en dat zullen we weten. Deze obelisk staat nu op de Piazza del Popolo in het Noorden van de stad. Andere keizers hebben de gewoonte om obelisken uit Egypte te halen van Augustus overgenomen. De door hen verscheepte obelisken zijn later door de pausen weer gebruikt om hun aanzien in Rome extra reliëf te geven (en herkenningstekens op de belangrijkste pleinen van de stad te plaatsen). Dat verklaart het grote aantal (dus vaak originele Egyptische!) obelisken in de stad.
De wagenmenners waren te herkennen aan hun kleur: je had vier grote renstallen in Rome: de Witten, de Groenen, de Roden en de Blauwen. Iedere stal had fanatieke aanhangers. Dat fanatisme werd versterkt door de mogelijkheid om op de uitslagen te wedden. De menners zelf waren vaak van lage komaf, maar konden enorme populariteit verwerven. Overigens was het beroep niet ongevaarlijk. Met de vierspannen gebeurden vaak al bij de start de grootste ongelukken.

De start was nauwkeurig geënsceneerd. Eerst kondigde een trompetter aan dat er gestart zou gaan worden, dan liet de magistraat die de spelen had georganiseerd een wit doekje vallen. Op het moment dat dat de grond raakte haalde een official een hendel over zodat de deuren van de carceres (de kooien) allemaal tegelijk opensprongen (dat ging via een katapult-en-veer-systeem) en wèg sprongen de 12 vierspannen, daarmee een grote chaos veroorzakend. De winnaar werd na afloop van de hele dag (24 wedstrijden) rijkelijk beloond: niet alleen overwinningspalmen, maar hele kronen en gouden halskettingen werden uitgereikt.


NOTEN

Romulus en Remus

Het verhaal van de stichting van Rome werd door de Romeinen als volgt verteld: Romulus en Remus waren door hun moeder Rhea Silvia kort na hun geboorte in een rieten mandje bij het plaatsje Alba Longa op de Tiber gezet. Zij was immers een Vestaals maagd en niemand mocht weten dat zij kinderen had (van de god Mars, zoals ze zelf zei). De kinderen spoelden aan bij een heuvel, de Palatijn, en werden gevonden door een rondzwervende wolvin, die net haar eigen welpjes had verloren. Zij zoogde de tweeling totdat ze gevonden werden door de herder Faustulus. (Overigens vermeldt Livius, de geschiedschrijver die dit verhaal optekent, niet ten onrechte dat het woord lupa niet alleen 'wolvin' betekent; het woord kan ook de betekenis 'hoer' hebben. Het is aan de toehoorder te bepalen welke betekenis hij geloofwaardiger vindt. In ieder geval wordt de wolvin met de gezoogde tweeling het meest afgebeeld.) Als de jongens eenmaal volwassen zijn geworden besluiten zij een stad te stichten op de plaats waar ze ooit gevonden zijn: op de Palatijn dus. Helaas worden ze het niet eens over de vraag wie van hen beiden koning mag heten van de nieuwe stad en wie daarmee zijn naam er aan mag verbinden. Ze besluiten de vogeltekens te raadplegen: aan Remus -die op de heuvel de Aventijn plaats heeft genomen- verschijnen als eerst zes gieren van rechts: een zeer gunstig voorteken. Helaas voor hem weet Romulus kort daarop te melden dat er voor hem twáálf gieren van rechts zijn overgevlogen. Een beetje flauw, maar wel effectief. In het gevecht dat daarna ontstaat wordt Remus gedood.

Een andere en meer bekende versie is dat beide broers een stad hebben gesticht en dat Remus om zijn broer te pesten met een grote sprong over de pasgebouwde muur van diens stad was gesprongen. Dit om te laten zien dat het allemaal niet zoveel voorstelde wat daar aan muur was neergezet. Romulus -kwaad- hief daarop zijn houweel op en sloeg toe met de woorden 'Laat het zo voortaan ieder vergaan die over mijn stadsmuur springt.'

De Sabijnse maagdenroof

Om zijn stad te verzekeren van een toevloed van nieuwe bewoners had Romulus zijn toevlucht genomen tot het instellen van een zogenaamd asylum. Iedereen die gezocht werd voor welke misdaad dan ook kon hier onschendbaarheid krijgen: hij mocht niet meer worden vervolgd. De opzet slaagde maar gedeeltelijk: er kwamen wel veel nieuwe inwoners, maar alleen maar mannen, wat betekende dat de stad na één generatie misschien alweer zou uitsterven. Weer verzon Romulus een list: hij liet grootse spelen organiseren in zijn nieuwe stad en nodigde daarbij vooral ook het buurvolk van de Sabijnen uit, met vrouwen en kinderen. De Sabijnen wilden dat wel eens zien: ze wilden de nieuwe stad ook wel eens goed bekijken en kwamen in groten getale naar Rome toe. De spelen begonnen vredelievend genoeg, maar op een gegeven moment gaf Romulus aan zijn mannen een afgesproken teken. Elke man greep meteen één (of meer) van de Sabijnse dochters en sleepte haar mee naar huis. De rest van de Sabijnen was zo verbouwereerd dat ze niets terug konden doen en woedend de aftocht bliezen. Romulus had zijn mannen ingeprent dat ze hun nieuw verworven bruiden met het grootst mogelijke respect moesten behandelen: liefde was belangrijker dan dwang. Deze tactiek wierp (letterlijk) vruchten af: toen na een hele tijd de Sabijnen terugkwamen om hun dochters gewapenderhand terug te claimen en er al de nodige schermutselingen waren ontstaan, kwamen opeens de voormalige Sabijnse maagden -mèt hun allerliefste kroost- tussenbeide en smeekten hun respectieve vaders en echtgenoten toch op te houden met vechten. Wie er ook zou winnen zíj zouden altijd verliezen: hetzij hun vader hetzij hun man (van wie ze dus erg waren gaan houden). De strijdende partijen zagen het redelijke van hun visie in en besloten voortaan samen één volk te vormen: het volk van de Romeinen.

Op deze manier is dus op een tamelijk mythologische wijze toch recht gedaan aan een situatie die ook in het echt heeft plaatsgevonden: het samengaan tot één stad van de verschillende dorpjes op de heuvels rond het latere Forum Romanum.

Augustus als bespeler van de media

Eén van de meest opvallende talenten van Augustus was zijn gevoel voor propaganda: dat bleek al bij zijn strijd tegen Marcus Antonius. Deze laatste had aanvankelijk veel meer kans dan hijzelf om de leidende positie van Caesar over te nemen. Marcus Antonius was iets ouder dan Octavianus, maar had veel meer ervaring, hij was populair en hij had erg bij Caesar in de gunst gestaan, allemaal redenen voor het volk om eerder op hem als toekomstig leider van de staat in te zetten dan op de onbekende Octavianus. Dat veranderde allemaal toen Octavianus en Antonius de afspraak hadden gemaakt dat de eerste de toestand in Rome in de gaten zou houden en Marcus Antonius de belangrijke provincie Egypte zou gaan controleren. Dit leverde Octavianus een prachtige gelegenheid voor een haat-campagne tegen zijn voormalige partner: Marcus Antonius zou gevallen zijn voor de on-Romeinse pracht en praal daar in het decadente Oosten. Hij zou verraad plegen aan de typisch Romeinse deugden als soberheid en zelfdiscipline. Vooral toen bleek dat Marcus Antonius inderdaad in de ban was geraakt van de lieftallige koningin Cleopatra was het goed raak: Als dat sujet hier in Rome terug zou komen en de macht zou opeisen krijgen we -behalve hemzelf- ook nog een buitenlandse, volkomen verdorven koningin op de troon.... Weg met deze anti-Romein! De campagne werkte maar al te goed. In de slag bij Actium, voor de Griekse kust , in 31 v.C. had het Romeinse volk van harte voor Octavianus gekozen en werden Antonius en Cleopatra verpletterend verslagen (overigens eerder door Agrippa dan door de militair niet zo ervaren Octavianus).

Dat Octavianus ook positieve gevoelens bij het volk kon bespelen (dus niet tegen een bepaald persoon, maar voor iemand, namelijk voor zichzelf en zijn familie) blijkt wel uit het volgende:

Het hele Forum was voor Augustus' tijd vooral een Republikeins plein: de Comitia, de Curia en de Rostra -allemaal gecentreerd rond de Lapis niger- waren vooral Republikeinse gebouwen. Augustus heeft deze gebouwen natuurlijk niet afgebroken, dat zou zeer onverstandig zijn gezien het lot van zijn adoptiefvader Caesar, nee, hij heeft dit gedeelte van het Forum langzamerhand naar zijn hand gezet: eerst kwam er een triomfboog vanwege Actium, daarna een triomfboog vanwege een succes tegen de Parthen, daartussen werd een tempel gebouwd ter ere van de vergoddelijkte -divus- Julius Caesar. Aan de lange Zuidkant stond een basilica, de Basilica Julia, gebouwd door diezelfde Caesar -dus ook van Augustus' familie. Aan de lange Noordkant stond al een oude basilica, de Basilica Aemilia, maar die werd voorzien van een zuilengang, een porticus, gewijd aan Octavianus' kleinzonen en aangewezen opvolgers Gaius en Lucius. Op deze manier was het voormalige Republikeinse plein omgetoverd tot een 'Augustus-Caesar-plein'. Iemand die hier stond -in het hart van het Imperium- zag overal om zich heen tekenen van de grootheid van één familie: die van Augustus.

Voor andere uitingen van Augustus' genie als media-manipulator:


Naast deze bouwwerken die zijn aanzien en dat van zijn familie moesten vestigen heeft hij ook gezorgd dat zijn faam middels de literatuur werd bestendigd: de dichter Horatius deed dat in zijn Oden en Vergilius in zijn epos over de stichting van Rome, de Aeneis.

Samenvattend mogen we zeggen dat Augustus enorme kwaliteiten had maar dat hij dat feit ook wel aan het volk wist duidelijk te maken (en daar is helemaal niks mis mee).


© COPYRIGHT EMMAUSCOLLEGE ROTTERDAM W. TROMP MEESTERS

Het colosseum

Colosseum, Rome
Colosseum
*LIJN*

Als iets een symbool van de stad Rome is, is het dit gebouw wel. Ooit gebouwd voor 50.000 toeschouwers zou het nu -in halfvervallen staat- nog maar een fractie van dat aantal herbergen. Het is in de loop der eeuwen bewonderd als imposant teken van Romeinse macht en vernuft maar ook vervloekt als plaats waar Christenen op beestachtige wijze werden vermoord. Daarnaast fungeerde het lange tijd als steengroeve voor de na-klassieke Romeinen. Als je een huis wilde bouwen: dáár vond je je stenen.
Het Colosseum heet eigenlijk Amphitheatrum Flavium, het Amfitheater van de keizers Vespasianus, Titus en Domitianus. Zij hadden de familienaam Flavius. Vespasianus liet het bouwen, Titus wijdde het in met een voorstelling die 100 dagen duurde en aan talloze gladiatoren en wilde beesten het leven kostte. Het theater werd door Vespasianus gebouwd op de plaats waar zijn voorganger, de gehate Nero, de vijver van zijn megalomane paleizencomplex, de Domus Aurea, had laten graven. De grond was daar al wat drassig, dus die vijver kwam wel goed uit. Om daar echter een stenen gevaarte als het Colosseum neer te zetten was echter wel iets anders: in feite is de fundering van het ding het wonder van het Colosseum. Dat het niet allang in het moeras is weggezakt mag een mirakel heten.
De fundering van het gebouw is dan misschien het meest bijzonder, ook de opbouw mag er zijn. Alleen al de verankering (dat is het ijzer waarmee de stenen aan elkaar zijn gevoegd: niet met cement, maar met ijzeren of loden muurankers) woog 300 ton. De gaten die de buitenkant van het Colosseum tegenwoordig zo ontsieren zijn er ingeslagen door mensen die naarstig op zoek gingen naar goedkoop ijzer of lood. Dat was zo mogelijk nog begerenswaardiger dan de fraai afgewerkte stenen.
De façade bestond uit 100.000 m2 travertijn. Onafzienbare hoeveelheden beton (toen al!) werden in fundering en opbouw gestort en verwerkt. Baksteen, tufsteen en marmer voor de bovenkant en zelfs hout voor de bovenste tribunes. De combinatie van al deze materialen zorgde ervoor dat geheel niet al te zwaar werd en een zekere elasticiteit behield. Hierdoor kon het zo goed en zo kwaad als het ging de eeuwen doorstaan. Wat ook hielp was het feit dat een verlichte paus het Colosseum uitriep tot een kerk (er waren immers Christenen de marteldood gestorven). Deze paus heeft dat meer gedaan uit piëteit jegens het gebouw dan uit medelijden met de martelaren: van een kerk mag je immers geen stenen weghalen. Vanaf dat moment heeft het gebouw niet meer zo te lijden gehad van stenen- of loodplunderaars.
Het Colosseum is ingenieus gebouwd: alle 50.000 toeschouwers konden in een zeer korte tijd geëvacueerd worden als dat nodig was: een systeem van ingangen (vomitoria) en trappen zorgde daarvoor. Elke (overigens fraai met stucwerk versierde) ingang had zijn eigen nummer dat correspondeerde met het nummer van de 'wig' (cuneus) waar je als toeschouwer een kaartje (tessera) voor had. Je hoefde niet te betalen, maar zonder reservering kwam je er ook niet in. Hoe hoger je rang, des te lager je zitplaats (en des te beter het zicht). Vrouwen zaten -sinds keizer Augustus- helemaal bovenin, gescheiden van de mannen. Senatoren zaten vlak bij de arena, die van de senatoriale zitplaatsen was afgescheiden met een groot hek. Dit voor de senatoriale veiligheid. De keizer had een aparte loge, net als de Vestaalse maagden, de enige vrouwen die 'laag' mochten zitten. Het comfort werd verhoogd door de aanwezigheid van een zonnezeil, dat rustte op palen die hoog bovenin de toeschouwerruimte in speciale gaten konden worden vastgezet. Matrozen van de keizerlijke vloot bedienden het zeil: zij konden het open en dicht laten schuiven. Daarnaast was er ook vaak sprake van sparsiones, besprenkelingen. Slaven die langsgingen en de toeschouwers besprenkelden met reukwater.
De arena was bij de bouw gewoon glad en plat. Later werden er kelders uitgegraven voor de wilde dieren, daarbovenop kwam een houten vloer met luiken daarin aangebracht. Deze kelders en luiken werkten op een bijzonder vernuftige manier. Elke kooi stond in verbinding met een gang en een lift. Die liften kwamen uit bij zo'n valluik, waarboven de eigenlijke arena zich bevond. Kooi- en liftdeuren konden van een afstand, met touwen en katrollen, worden bediend. Ook de liften zelf en de luiken werkten zo. Als de luiken (vooral tegelijk!) opengingen en de uitgehongerde leeuwen, panters en luipaarden te voorschijn sprongen moet dat een spectaculair gezicht hebben opgeleverd.

Colosseum, Rome
Interieur van het colosseum.
*LIJN*

De spelen zelf vonden hun oorsprong in de gewoonte wedstrijden te organiseren bij de dood van een belangrijk man. In Griekenland groeide dat uit tot de Olympische spelen. daar waren de wedstrijden eerder snelheids- en behendigheidstests dan iets anders. Bij de Etrusken ging het van oudsher veel bloediger aan toe. daar werden de spelen vaak gehouden als gevechten van man tegen man. De dood van één van hen werd dan gezien als offer aan de ziel van de overledene. Vaak waren het vijanden of slaven die zo moesten vechten.
Deze gewoonte werd door de Romeinen -zoals zo veel- overgenomen. In de Republikeinse tijd kwamen er speciale scholen voor gladiatoren: daar werden slaven en krijgsgevangenen getraind in het elkaar bevechten op leven en dood. De slaaf Spartacus was er één van, hij ontketende een levensgevaarlijke slavenoorlog in het zuiden van Italië. De gladiatoren moesten vechten met onderling verschillende bewapening: je had een type gladiatoren met een net en een drietand, een retiarius. Deze moest dan bijvoorbeeld vechten tegen een man met een helm, een lang schild en een groot recht zwaard. Dit type gladiator heette murmillo, visje, genoemd naar de versiering op zijn helm. Die grote wapens kunnen je helpen in het gevecht, maar natuurlijk ook lelijk in de weg zitten als je verstrikt raakt in het net van je tegenstander. Officials met gloeiende ijzers moesten er voor zorgen dat de gladiatoren voldoende strijdlust toonden. Laksheid werd gloeiend bestraft. Als de tegenstander was verslagen mocht het publiek met de duim aangeven wat er met hem gedaan moest worden: dood of vergiffenis. Bij 'dood' stak de overwinnaar toe en zorgde een andere official -uitgedost als de onderwereldgod Charon met een zware hamer- er met een welgemikte klap mèt die hamer op het hoofd voor dat 'dood' inderdaad ook dood was.
Behalve gladiatoren-gevechten vonden er in de arena ook venationes plaats: jachtpartijen. Er werden dan allerlei bosjes en heuveltjes aangebracht zodat de arena er uitzag als een echt natuurgebied. Daartussendoor werden dan de meest exotische dieren losgelaten: leeuwen, beren, maar ook giraffen en olifanten. Deze moesten dan elkaar gaan opjagen en afmaken of er werd op gejaagd door menselijke experts. In de pauzes werden vaak ter dood veroordeelde gevangenen aan de wilde beesten opgevoerd. Zo had het publiek er ook nog iets aan.
Al deze gruwelijke spektakels werden in de keizertijd steeds populairder. alleen door dit soort shows ('spelen') en korenuitdelingen ('brood') kon de overheid de verpauperde mensenmassa in het gareel houden.
In de steden in de provincie waren het de plaatselijk overheden die deze spelen bekostigden: 'geschenken' (munera) werden ze genoemd.


© COPYRIGHT EMMAUSCOLLEGE ROTTERDAM W. TROMP MEESTERS

Het Marsveld (Campus Martius) en het Pantheon.

Campus Martius (Marsveld)

Achter het Capitool lag een terrein dat eeuwenlang dienst deed als exercitie-veld voor het leger, het werd niet bebouwd. Dat veranderde aan het eind van de Republiek. toen verschenen er allerlei openbare gebouwen, die een zeer prachtlievende uitstraling hadden: tempels, renbanen, theaters en thermencomplexen. Dat het heden ten dage zo'n dichtbevolkte wijk is, is een gevolg van een ontwikkeling die pas ná de Oudheid is ingezet: In 537 belegerde de Goot Vitiges Rome. Om het effect van zijn belegering te versnellen sneed hij alle aquaducten af. De bevolking moest nu uit de hoger gelegen woongedeeltes naar beneden, naar de Tiber, voor haar drink- en waswater. Van lieverlede bleek het makkelijker om maar te gaan wonen in de openbare gebouwen die daar toch op het Marsveld stonden.

Van het Marsveld worden twee onderwerpen hieronder beschreven:


Het theater van Pompeius

In de Republiek werd een stenen theater beschouwd als een ongehoorde decadentie: dat betekende toegeven aan lage lusten. Het was de generaal Pompeius die deze gedachte als eerste doorbrak en wel op tamelijk slinkse manier. Hij bouwde een enorme rondlopende trappartij. Daarbovenop zette hij een klein tempeltje voor de godin Venus neer. Hij had dus een hele grote trap met een heel klein tempeltje. Wat was er makkelijker dan die trap -nu hij er toch was- te gebruiken als zitplaats voor een theater? Zo ontstond het eerste stenen theater in Rome. Achter het podium bouwde hij nog een complex met zuilengalerijen en vergaderzalen: de porticus van Pompeius. Het was in één van deze zalen dat de Senaat vergaderde in 44 voor Christus, op de 15e maart... Het theater van Pompeius zelf is niet meer te zien, wel de huizen die in de loop der eeuwen gebouwd zijn onder en in de arcaden van deze 'Venus-tempel'. Kijk maar eens naar de vorm van de straten die hier lopen: precies zo rond als de tribune van een theater. Hier viel dus Gaius Julius door moordenaarshand....

Pantheon Rome
Koepel van het Pantheon in Rome
*LIJN*
Pantheon Rome
Interieur van het Pantheon.
*LIJN*

Het Pantheon
Het pantheon is de tempel voor het Al-goddelijke of alle goden (pan = al, elk; theos = god). Keizer Hadrianus heeft hem gebouwd op de plaats waar Marcus Agrippa ruim 100 jaar daarvóór een eerste versie van het Pantheon had neergezet. Hadrianus noemde het dus een restauratie, maar het was in feite een volledige en revolutionaire nieuwbouw. Toch heeft de keizer de naam van de oorspronkelijke bouwer op de architraaf laten staan. Het revolutionaire karakter van het ontwerp zit hem vooral in de koepel: Met zijn 43,3 meter doorsnede was hij tot het begin van deze eeuw de grootste ter wereld. Met zijn bijna 2000 jaar is hij zeker de oudste!! Als je de lijn van de koepel door zou trekken naar beneden zou je een volmaakte cirkel krijgen die precies in het midden de grond zou raken. De koepel is gemaakt van beton dat naar boven toe steeds dunner wordt om zo het gewicht te verminderen. Vroeger was de koepel bedekt met een laagje verguld brons. Het brons van de dakbalken van de porticus aan de voorkant is geroofd door Paus Urbanus VIII Barberini. Hij had het nodig voor het baldakijn bij het graf van Petrus in de Sint Pieter. 'Wat de barbaren niet hebben gedaan, deden de Barberini' zo luidde het spreekwoord in Rome: roof en plundering is niet alleen voorbehouden aan barbaren. Tegenwoordig is het Pantheon een kerk, waar enkele belangrijke mensen begraven liggen: de schilder Rafaël links achter met een mooi en beroemd grafschrift erbij ('Hier ligt Rafaël. De grote moeder der dingen (=de natuur) vreesde door hem overtroffen te worden toen hij nog leefde. Nu hij dood is vreest ze te sterven'). Verder liggen hier ook de twee eerste koningen van het verenigde Italië: Victor Emanuel II en Umberto I.

Wat het Pantheon echter zijn grootste charme geeft is niet de mensen die er in liggen, ook niet de grootte van de koepel of de kleuren van de vloer (hoewel dat allemaal wel helpt) maar het rare gat bovenin de koepel, de oculus, het oog. Bij zon valt het zonlicht mooi naar binnen, bij regen de regen. Altijd heb je het idee dat er iets hogers even naar binnen wil komen. Het wil even kijken omdat het hier zo mooi is en met zijn aanwezigheid maakt het 't mooi, al bijna 2000 jaar lang.


© COPYRIGHT EMMAUSCOLLEGE ROTTERDAM W. TROMP MEESTERS

De keizerfora

Keizerfora

Julius Caesar was de eerste die een eigen marktplein liet bouwen opzij van het Forum Romanum. Datzelfde marktplein was in twee opzichten aanleiding voor enig schandaal. In de eerste plaats liet hij op zijn plein een tempel van Venus Genetrix bouwen. In die tempel kwam natuurlijk een beeld van de godin. Laat dat beeld nu een verrassende gelijkenis vertonen met zijn geliefde Egyptische Cleopatra! Dat was een vermenging van menselijke en goddelijke zaken die niet door de beugel kon. Ten tweede had hij de Curia laten herbouwen op zo'n plek dat het net leek of de zetel van dat eeuwenoude republikeinse staatsorgaan, de Senaat, een bijgebouwtje was van zijn marktplein.

Augustus' Forum met zijn tempel van Mars Ultor is al eerder besproken. Daarnaast waren er nog 3 andere keizers die deze ruimte versierden met hun eigen Forum: Vespasianus het meest naar het Zuiden (richting Colosseum), met zijn Forum van de vrede (Forum Pacis), Nerva daarnaast. Op zijn lange smalle Forum wist hij nog een tempel voor Minerva te plaatsen. Trajanus' markt lag het meest naar het Noorden.


Zuil van Trajanus, Rome
Zuil van Trajanus.
*LIJN*
Zuil van Trajanus
Zuil van Trajanus.
*LIJN*

Het Novum Forum (Forum van Trajanus)
Trajanus (keizer AD 98-117) hield van uitdagingen. Hij had al het Dacische volk (het huidige Bulgarije) in twee oorlogen verslagen en daarmee het Romeinse Imperium zijn grootste omvang gegeven, nu wilde hij met de opbrengst van die oorlogen gaan pronken, het liefst via een eigen marktcomplex. Nu was daar voor hem weinig plaats meer. de andere keizers hadden veel ruimte opgeslokt met hùn fora en voor de heuvel de Quirinalis restte er nog maar een miezerig stukje. Geen nood: Trajanus en zijn architect Apollodorus lieten de heuvel (gedeeltelijk) afgraven. 42 meter was hij hoog en die kun je afmeten aan de hoogte van de Zuil van Trajanus, die is namelijk precies zo hoog. Nu hij eenmaal ruimte had liet hij die niet onbenut. er verschenen achtereenvolgens: - een tempel van Trajanus zelf (voor na z'n vergoddelijking). - de beroemde Zuil, met daarop in een omhooglopende band reliëfs met het verslag van zijn oorlogen tegen de Daciërs. Op de top kwam een standbeeld van hemzelf (nu staat Petrus daar), in de sokkel de urn met de as van de keizer. De Zuil is hol, er bevindt zich een wenteltrap in (niet door het publiek te beklimmen). De reliëfs worden beschouwd als een hoogtepunt in de Romeinse beeldhouwkunst. Bovendien kunnen we veel leren over de strijdmethodes en organisatie van het Romeinse leger uit die tijd. - twee bibliotheken aan weerszijden van de Zuil. Eén bibliotheek voor Latijnse en één voor Griekse boekrollen. Vanuit de bibliotheken waren er kijkgaten richting Zuil, dan kon je het 'stenen stripverhaal' makkelijker volgen. - een basilica, de Basilica Ulpia (naar de familienaam van de keizer). De zuilstompen die je vóór de Zuil ziet staan horen hierbij. In plaats van het gras wat je nu ziet was de vloer geplaveid met geel, wit en zwart marmer. - naast de basilica lag het eigenlijke Forumplein. Midden daarop stond een ruiterstandbeeld van Trajanus. Hoogstwaarschijnlijk lijkt het standbeeld van Marcus Aurelius (op het Capitool) erg op dit verloren gegane beeld. Naast het Forum van Trajanus liet hij nog de zgn. 'Markten van Trajanus' bouwen: 5 lagen winkels en kantoorruimten gebouwd tegen de helling van de Quirinalis. Dit complex is voor een groot deel bewaard gebleven en geeft een aardig beeld van de durf en handigheid waarmee de Romeinen bouwden. Het doet bepaald modern aan.

Zie ook kunst oudheid . Daar vindt ook u nog meer informatie over monumenten in Rome.

Capaci 1992

En verder: